Op de bres voor muziekonderwijs; “Het is een olievlek wat begint en zich langzaam uitbreidt”

GROOTEGAST/DOEZUM – Bevlogen kun je ze noemen. Gepassioneerd zeker. En er zit een stukje liefde bij. Zowel Jappie Kuipers – coördinator van Stichting Muziekonderwijs Grootegast – als Marleen Miedema – directeur van Remmelt Booyschool in Doezum en Samenlevingsschool de Stapsteen in Leek – zetten zich met hart en ziel in voor het onderwijs. Ze vinden elkaar in hun visie over muziekonderwijs. En daar gaan ze voor op de bres. Niet oneindig, zo geeft Marleen aan: ‘bevlogen zijn is mooi, maar ik hoop dat het niet alleen bij energie geven blijft, maar dat het ook wat oplevert’. Dat deed het onlangs zeker toen dit tweetal hun visie op muziekonderwijs mocht presenteren aan niemand minder dan Koningin Máxima.

En hoe is dat dan om voor zulk hoog bezoek je visie te mogen verspreiden? “Kort en bondig vooral”, lacht Jappie. Slechts drie à vier minuten was het tweetal gegund om hun zegje te doen. De Koningin had zelfs geen tijd te reageren, maar uit het feit dat ze veel aantekeningen maakte en zeer aandachtig luisterde, maakt hij op dat het onderwerp haar oprecht interesseert. Máxima was in Groningen voor het ondertekenen van het convenant ‘Meer Muziek in de Klas Lokaal Groningen’. Samenwerkende partijen zoals o.a. het Conservatorium en de Stichting Openbaar Onderwijs Groningen geven daarin aan dat zij de visie ‘muziek is belangrijk voor iedereen’ samen onderstrepen en zich gaan inzetten voor het muziekonderwijs op school. Wethouder Paul de Rook van de gemeente sprak daar de optimistische woorden dat  ‘in 2020 elk kind elke dag muziekonderwijs moet krijgen’. Iets wat Jappie letterlijk als muziek in de oren klinkt. “Muziek is al jaren niet meer een vak in het onderwijs en ik zou het graag terugzien. Het belang van het vak wordt niet meer gezien”, vindt hij. “De nadruk ligt veel meer op de cognitieve vakken zoals rekenen en taal. We moeten allemaal knap zijn. Cultuur is vaak een ondergeschoven kindje, maar gelukkig komt men daarop terug.”

Dit convenant wat overigens alleen op de stad Groningen gericht is, zou een begin kunnen zijn. “Ja”, beaamt Jappie, “Dit geldt echt alleen voor de stad, maar hopelijk gaat het zich verspreiden over de provincie. Onderwijsinstellingen als de Pabo en het Conservatorium zijn aangehaakt en die leiden toch ook mensen op voor de provincie. Ik hoop dat er een soort van olievlek ontstaat.” Een woord dat ook Marleen Miedema in de mond neemt. De twee vinden elkaar feilloos als het gaat om hun visie op het muziekonderwijs. Ook zij beaamt dat de focus in het onderwijs meer en meer op cognitieve vakken is komen te liggen. “De regering heeft ontzettend zijn best gedaan het onderwijs te vernieuwen”, vertelt ze, “en daarbij is opbrengstgericht werken een sleutelwoord geworden. Hoe een school scoort op de cognitieve vakken als rekenen en taal kun je monitoren en dus kan je zeggen hoe een school het doet. Er is heel veel controle ingebouwd. Het hele leerlingenvolgsysteem , wat ik nogal eens het ‘achtervolgsysteem’ noem, geeft wel aan hoe leerlingen in een keurslijf moeten passen tegenwoordig. En als dat allemaal maar goed is, dan zien we wel of er nog tijd over is voor cultuur. En dat is de rampspoed geweest voor onder andere het muziekonderwijs.”

Wie pakweg dertig of veertig jaar geleden naar school ging, maar misschien ook nog wel slechts twintig, weet niet beter dan dat muziek erbij hoorde op de basisschool. “Zeker in mijn tijd”, haalt Marleen op, “was het gewoon standaard. Soms had een basisschool zelfs een vakleerkracht voor muziek.” En hoewel een echte muziekles toegejuicht wordt door dit tweetal zoeken zij meer en meer ook naar samenhang en verbinding. “Hoe verweef je muziek en de andere vakken met elkaar”, aldus Marleen. “Muziek kun je verbinden aan taal of rekenen, maar ook aan emotioneel welzijn. Het is een prachtig middel. We weten de laatste tien jaar zoveel meer over ons brein”, vervolgt ze. “En zo weten we nu dat kinderen meer leren in samenhang dan alles apart. Een kind leert altijd eerst het geheel en dan pas de losse delen. Die kennis willen we overdragen aan de leerkrachten. Om daaraan voorbij te gaan, zou een gemiste kans zijn.” En zo zoeken zij en Jappie elkaar op om telkens weer die verbindingen te zoeken. “De ene keer is het een prentenboek waar een mooi liedje bij hoort, een andere keer is het de tafel van zes die we zingen en dan weer krijgen we een soort van techniekles als Jappie uitlegt hoe een instrument in elkaar zit.”

Marleen gelooft wel dat ‘we’ weer op de goede weg zijn. “We zijn bezig die omslag te maken. Muziek is bijvoorbeeld één van de speerpunten van Penta Primair. Het is een olievlek wat begint en zich langzaam uitbreidt over meer scholen. En ik heb vertrouwen dat muziek nodig is op school en goed is voor de kinderen én de leerkrachten. Maar zij willen ook niet teveel loslaten van wat ze gewoon zijn. Om muziek te integreren in het onderwijs heb je soms een forse schoenlepel nodig”, lacht ze. Niet alleen de leerkrachten, ook de ouders moeten een omslag maken. “Als je het hebt over verwachtingen van wat kinderen moeten leren, denk je nou eenmaal aan taal of rekenen. Er komt nooit een ouder bij me om te vragen hoe het met het muziekonderwijs zit. Terwijl muziek je leven kan verrijken en als muziek maken een plek krijgt, wordt het gewoon en is het iets wat je hele leven terugkomt. Wat ik wel eens vraag aan leerkrachten is: wat zingen deze kinderen als ze later demente bejaarden zijn? Want besef maar eens dat die mensen niet veel meer kunnen herinneren, maar de liedjes van vroeger feilloos kunnen zingen. We kunnen dit niet laten liggen”, sluit ze af en daarbij komt ze nog met één van de sleutels voor succes: “een cultuurcoördinator, want als een school een goede cultuurcoördinator aanstelt, houdt die in de gaten dat er ook echt genoeg budget naar cultuuronderwijs gaat. Samen met de directeur, want dat schijnt ook te schelen”, lacht ze. “Als een directeur het belangrijk vindt dat er muziek wordt gemaakt, schijnen de leerkrachten dit ook sneller te doen.” Dat zit in Doezum en in Leek dus wel snor.