Piet’s Big City week 1”16

In de Forum bibliotheek aan de Oude Boteringestraat is het weer tijd voor Naked Lunch. Voor 1 euro krijg je een broodje en wat te drinken en daarnaast ook nog een gratis talkshow van een uur. Gast in december is Jan Mulder, die wordt geïnterviewd door de dichter Rense Sinkgraven. In het gedeelte van de Bieb waar het spektakel plaats vindt is het behoorlijk druk. Vrij vooraan zit voetbalprofessor Masker uit een plastic puutje van zijn zelf meegebrachte bruine boterhammen met magere kaas te smullen. Het is toch wat! Krijg je voor 1 euro een royaal belegd stokbroodje met een glas melk en dan neem je toch nog je eigen eten mee. Kan het zuiniger? Geef mij dan maar de zwerver, die tijdens het oeverloos geouwehoer van Mulder komt inspecteren of er nog koffie in de op tafel staande kannen zit. In de loop neemt hij ook nog de resterende plakken cake mee. De interviewer stelt Mulder dezelfde vragen die ik hem ook al meermalen heb gesteld. Over Cruijff, over kunst, over Brussel, over Winschoten, over Anderlecht, over boeken, alles is al ontelbare keren door Jan beantwoord. Waarom heb jij nooit voor Groningen gespeeld? Woon jij niet veel te ver weg van Amsterdam en Brussel? Waarom ben jij zo populair in België Jan? Het is om gek van te worden. Het publiek mag af en toe ook een vraag stellen. Liefst een originele roept de gespreksleider. Helaas, ook deze vragen zijn meer dan voorspelbaar en ook al ontelbare keren langs gekomen. Jij bent een rijke Oost Groninger Jan. Waarom geef jij niet een deel van je geld aan je oude liefde WVV? Mulder riposteert dat hij de Winschoter Voetbal Vereniging steunt door donateur te zijn, maar voor hoeveel, daar mag deze vragensteller slechts naar gissen. Als het dan eindelijk afgelopen is, willen vrouwen en mannen met hun idool op de foto. Met de jas al aan poseert Jan voor al die mobieltjes met ingebouwde camera. Wanneer hij mij ontwaart spreken we kort en worden tussendoor nog menigmaal gestoord door weer een fotomoment. Als ik Jan vraag om nog ergens wat te gaan drinken twijfelt hij. Twee keer komt het woord moeten voorbij. Ik moet eigenlijk naar huis en Ik moet nog een verhaal voor de HUMO schrijven. Wanneer ik hem confronteer met het verschil tussen ons dat ik dus niets meer moet verschijnt er een lach op zijn gezicht. Toch krijg ik hem niet zover voor een gezamenlijke pint in het meest nabije etablissement. Dan loop ik wel mee naar de auto. Weet jij nog waar hij staat? Het vervoermiddel blijkt in de Hofstraat te staan, waar Mulder tegen het verkeer ingereden is. Warme woorden onderweg, Jan Mulder blijft een lieve man. De grote zwarte auto moet even gekeerd worden en ik blijf attent of alles goed gaat. Groeten aan Johanna roep ik bij het afscheid. Jan moet naar huis, ik mag naar het café. Verschil moet er zijn nietwaar.