Piet’s Big City – week 36 – ‘14

Gezeten op het terras van het Amsterdams Broodjeshuis valt mijn oog op een echtpaar uit de provincie op elektrische fietsen, in de volksmond beter bekend als E-bikes. Zij moet even naar Albert Heijn, hij past op de fietsen. Met gemaakte trots blikt de man om zich heen. Het zijn toch maar mooi zijn bikes! Voor de zekerheid heeft hij beide fietsen op slot gezet. Je weet het immers maar nooit in de grote stad. Toch net even anders dan in Stedum, Loppersum of Middelstum. Na een kwartier is de vrouw nog niet terug en is haar eega inmiddels verwikkeld in een hevige tweestrijd. Eigenlijk wil hij het liefst naar de supermarkt om te kijken waar de vrouw blijft, maar dan moet hij wel zijn kostbare fietsen alleen laten. Dan ziet de man mij zitten. Wat volgt is een blijk van herkenning. Wereldberoemd in stad en ommeland heeft soms zo zijn nadelen. Joe benn’n toch van Noord? Ik knik en neem een hap van mijn broodje knakworst. Ken joe ev’n op mien fietsen passen? Ben zo terug. Weer knik ik en weg is de man. Een vrouw in legging zet haar brommer pal tegen een van de E-bikes aan. Bij het afstappen verliest zij haar evenwicht en slaat zij samen met haar brommer en de fietsen tegen de grond. Ik verslik mij in mijn koffie en help haar met wat omstanders weer op de been. Op dat moment verschijnt ook het echtpaar van de elektrische fietsen, die als een machtig stilleven op het Zuiderdiep liggen. Verontwaardigd richt de man zich tot mij. Hoe ik het zover heb kunnen laten komen en dat hij nooit meer naar mij zal luisteren. Ik vond die toch al een dikke kwalmerd! Zuchtend zet het echtpaar de fietsen weer recht en zonder mij nog een blik waardig te gunnen verdwijnen zij richting Steentilstraat. De vrouw van de brommer heeft een pijnlijke knie en een kapot achterlicht. Tijd voor een borrel bij de Uurweker. In de Oude Kijk in ’t Jatstraat kom ik Gerrit Brand tegen. Gerrit schrijft boeken en is uitgever van de nieuwe glossy STAD. We wandelen samen op en Brand vraagt of hij mij mag interviewen voor de editie oktober/november. Ik zeg ja, omdat de naam STAD mij bevalt en omdat Gerrit Brand een aardige kerel is. Groningen telt nogal wat van dergelijke bladen. Je hebt Entrepeneur, Consigne, Golf & Life Style, maar STAD vind ik de leukste, ook omdat advocate Liesbeth Poortman er een column in schrijft. Bij de Uurwerker drink ik een Sol en eet ik een salade met kunsthandelaar Thim Muskee. Thim is geen familie van Harry, maar hij heeft wel verstand van schilderijen. In zijn kunsthandel in de Folkingestraat en aan de Munnekeholm hangen Anton Heyboer, Gerriet Postma en Herman Brood broederlijk naast elkaar. Een kleurrijk geheel dat uitmuntend past bij de schoonheid van de Grode Stad.