Rob Goorhuis over Pamietamy: ‘Componeren is altijd een worsteling. Maar dit was héél heftig’

 

AMSTERDAM – Langzaam komt er een bootje aangevaren. In het bootje zit een oude man bedenkzaam voor zich uit te kijken terwijl hij een liedje zingt dat hij nog kent uit zijn jeugd. Het is geen vrolijk liedje. En dat is logisch. De man in het bootje is Simon Srebrnik, een Poolse jood  die in de Tweede Wereldoorlog het vernietigingskamp Chelmo wist te overleven. Het liedje dat hij zingt is altijd in zijn hoofd blijven zitten. De Duitsers konden de zangkunsten van de jonge Simon zeer waarderen, waardoor hij zijn leven wist te rekken. Dit in tegenstelling tot veel, zo niet alle, gevangen joden die in Chelmo hun tragische eind vonden. Het zijn de eerste beelden uit de documentaire Shoah van Claude Lanzmann. Lanzmann bracht de oude Simon terug naar de plek die hij altijd heeft proberen te vergeten. Tevergeefs overigens.

De christelijke muziekvereniging Excelsior uit Grijpskerk komt net terug van een zeer succesvol verlopen Wereld Muziek Concours in Kerkrade, waar het fanfareorkest -tegen de verwachting in- het wereldkampioenschap in de derde divisie wist te bemachtigen. Het is 2013 als de vereniging al met een schuin oog naar 2017 kijkt. ‘Wat gaan we doen?’, luidt de grote vraag. Excelsior mag in 2017 meedoen in de strijd voor de titel in de tweede divisie. Een flinke stap hoger, dat veel meer zal vragen van de orkestleden. Het is niet alleen de vraag of zij dat aankunnen, maar ook of zij dat wel willen. Het is duidelijk dat als Excelsior besluit mee te doen, er veel meer gevraagd gaat worden van de muzikanten. Meer repeteren, meer huiswerk en moeilijkere muziekstukken. Bovendien lijkt winst in de hogere divisie een utopie. Mocht Excelsior besluiten mee te doen, dan zal het de Olympische gedachte moeten omarmen: meedoen is belangrijker winnen. Niettemin zijn de orkestleden unaniem in hun oordeel: ‘We gaan!”

Van droom naar project

Andries de Haan heeft een droom. En een plan. Ook al lijkt winst op het WMC in 2017 ver weg, dat houdt niet in dat Excelsior niet in staat iets onvergetelijks neer te zetten. De Haan was al klein jongetje al ‘gegrepen’ door de oorlog en verslond in zijn jonge jaren boek na boek over de gruwelen en de ellende van de Tweede Wereldoorlog. De documentaire Shoah maakte dan ook diepe indruk op Andries. Zou componist Rob Goorhuis misschien de sleutel naar onvergetelijkheid zijn? Na overleg besluiten Excelsior en De Haan Neerlands beste componist te vragen een uniek muziekstuk te componeren, want als iemand de verschrikkelijke beelden van Shoah kan omzetten naar muziek, dan is dat Rob Goorhuis.

Pamietamy

Rob Goorhuis wordt in 1948 geboren in een Amsterdam dat flink verwoest is in de oorlog. Als zoon van joodse ouders ligt de oorlog gevoelig in het gezin Goorhuis. “Al spraken mijn ouders nooit over de oorlog”, vertelt Goorhuis. De oorlog heeft zichtbare littekens nagelaten in de familie, die zelf ook heeft geleden onder de bezetting van de Duitsers. “Ondanks dat het thuis een taboe was, kon je in het naoorlogse Amsterdam goed zien dat er ‘iets’ was gebeurd.” Toen Andries de Haan de componist naderde met het verzoek een nieuw muziekstuk te schrijven over de oorlog en over de documentaire Shoah moest Goorhuis dan ook even nadenken. “Andries kwam mij, namens Excelsior, polsen of ik interesse had in het componeren van Pamietamy”, vertelt Goorhuis. “Het werd mij al snel duidelijk dat dit zijn grote droom was. Kijk, Andries is een coryfee in de wereld van fanfareorkesten, dus natuurlijk wilde ik daar over nadenken.” De Grijpskerker muziekvereniging was toen al wel bekend bij Goorhuis. “Ik had hun al een aantal keren aan het werk gezien en zelfs een aantal keren mogen beoordelen als jurylid. CMV Excelsior is een zeer goed fanfareorkest met een eigen klank. Hun klank heeft mij altijd al aangesproken, dus ik was zeker geïnteresseerd. Toch heb ik niet direct ingestemd. Ik wilde eerst overwegen of ik wel aan dit verzoek wilde voldoen. Of eigenlijk: kon voldoen.” Wat volgde was een behoorlijke studie naar Simon Srebrnik. Alles werd uit de kast gehaald en ook de acht uur (!) durende documentaire van Lanzmann werd bekeken. “Vooral de scene met de boot heb ik vaak teruggekeken”, herinnert Rob Goorhuis zich. ”Elke keer kwam het een stukje dieper binnen en werd het intenser. De documentaire liet een diepe indruk achter. Het liedje van Simon bleef in mijn hoofd zitten. Net als de beelden dat de oude Simon uit het bootje stapt. Daar brak ik. Simon staat daar op de plek waar het allemaal gebeurde, waar hij al zijn medegevangenen gedood zag worden. Hij zegt niks. Kijkt alleen voor zich uit. Je ziet de narigheid en de ellende vechten in zijn hoofd. Je ziet dat hij er geen uiting aan kan geven. Het enige dat hij weet te zeggen is: ‘Ja, hier sind viele gestorben’. Ik stelde mij de vraag wat er in zijn hoofd omging. Wat moet Simon daar gedacht hebben?” Op de plek waar Simon Srebrnik staat, nabij het voormalige vernietigingskamp Chelmo, zijn driehonderdduizend joden afgemaakt. De jonge Simon wist aan het einde van de oorlog te ontkomen door een ‘slordige’ Duitser. Goorhuis: “Toen de oorlog op zijn eind liep en Chelmo bevrijd leek te worden, wilden de Duitsers hun gruweldaden maskeren. Ze besloten het kamp –cru gezegd- op te ruimen en alle gevangenen te vermoorden. Ook hun lievelingsgevangene Simon. Zijn nekschot was alleen niet effectief en Simon overleefde het kamp.” De componist ziet de oude man aan de kant van het water staan met zijn blik op oneindig. “Dat is het moment waarop ik dacht: ‘Ja… Dit kan ik maken’. Het moment waarop ik besloot de wens van Excelsior en Andries te volbrengen.” Goorhuis besluit nog meer te gaan lezen over Srebrnik en Chelmo en zich helemaal onder te dompelen in de toestanden die zich daar destijds hebben afgespeeld. Boeken en biografieën worden verslonden en de ervaren componist vindt zijn inspiratie. “Ik wilde proberen een stuk te schrijven dat zou weergeven wat er zich in het hoofd van Simon moet hebben afgespeeld op het moment dat hij daar aan de waterkant staat en alles naar boven komt. Het is natuurlijk ‘imaginary’, want we weten het niet zeker. Maar het kan niet anders of het moet gekolkt hebben in zijn hoofd. Ellende.” Rob Goorhuis besluit dan ook het liedje van Simon als leidraad te nemen voor het muziekstuk Pamietamy. “Het liedje kalmeert hem. Het zorgt ervoor dat hij heel even niet verdrinkt in de nare herinneringen die hem daar nog altijd kwellen. Het stuk golft dan ook op en neer tussen heftige passages waarin hij niet weet waar alles een plek te geven en momenten waarop hij heel even de rust weer weet terug te vinden.” De documentaire vertelt dat Simon niet alleen geliefd was bij de Duitsers om zijn zangtalent, maar ook om zijn sportiviteit. Goorhuis: “De jonge Simon was een goed sportman. Daar genoten de Duitsers van, die de gevangenen regelmatig tegen elkaar lieten sporten. Wedstrijden die letterlijk om leven of dood gingen. De kampbewaarders hadden er geen problemen mee de verliezers te executeren. Simon deed het goed en had ook daarom een streepje voor. Die sportelementen heb ik ook verwerkt in het stuk. Dit middels passages die zowel ritmisch als hamerend zijn. Sport is immers ritmisch, maar de inzet was groot. Verliezen was geen optie, want dat kon de dood betekenen. Hamerend.” Pamietamy golft op en neer tussen de emoties in het hoofd van Simon, de wrede dingen die de joodse man heeft meegemaakt en gezien en de rust die hij vindt in het liedje. Excelsior legde het verzoek neer om het muziekstuk vooral hoopvol te laten eindigen. Een verzoek waar Goorhuis niet aan kon voldoen. “Ik heb het geprobeerd”, stelt Goorhuis. “Maar hoe kan je de dood van driehonderdduizend joden in Chelmo hoopvol laten eindigen? Hoe kan je het gevoel en de blik in de ogen van Srebrnik hoop geven in een muziekstuk? Nee, een hoopvol einde bleek al snel geen optie. Het zou nergens op hebben geslagen. Zodra de mitrailleur zwijgt, is alle hoop vervlogen.” Grote akkoorden vormen dan ook het einde van Pamietamy. Goorhuis omschrijft het als fatale schoten, een spervuur aan geweld waarmee de mensen in Chelmo aan hun einde kwamen. Gevolgd door het liedje van Simon dat voor de laatste keer terugkomt. Simon Srebrnik is er nog en staat daar jaren later aan de waterkant. Met alle narigheid en ellende wild rondkolkend in zijn hoofd…

‘Het was een heftig proces’

“Het componeren is een worsteling geworden”, vertelt Rob Goorhuis. “Nu is elk muziekstuk een worsteling, want je loopt weleens vast en denkt na over de volgende passage, maar dit kwam gewoon héél dicht bij mijzelf.” Goorhuis neemt zijn eigen verleden als jong jongetje in het naoorlogse Amsterdam mee en zat tijdens het schrijven ín het hoofd van Simon Srebrnik. “Met dat in mijn achterhoofd heb ik mij afgevraagd hoeveel een mens kan verdragen. Wat voor impact moeten de gebeurtenissen in zijn jonge jaren hebben gehad. Je vader voor je ogen afgeknald, je moeder vergast. En dat op die leeftijd. Iets ergers bestaat er haast niet. Ik weet dat mijn vader aan een razzia is ontsnapt, al werd er dus niet over gesproken.” Rob Goorhuis weet zich zijn jonge jaren nog goed te herinneren. “De oorlog had flink huisgehouden in Amsterdam, getuige de lege plekken in het straatbeeld. Niettemin heb ik er in mijn jeugd weinig van meegekregen. De maatschappij is doorgegaan. En ach, misschien was dat ook wel het beste. Het is jammer dat mensen elkaar tegenwoordig nog steeds verschrikkelijke dingen aandoen. Van een gemiddeld journaal word ik niet vrolijk. Nog altijd stellen mensen hun eigen ego of religie boven hun medemens. Jammer, de wereld is namelijk van iedereen.”

 

Rob Goorhuis wordt op 25 maart 1948 geboren in Amsterdam. De jonge Goorhuis wordt al vroeg gegrepen door de muziek en besluit te gaan studeren aan de conservatoria van Utrecht, Arnhem en Tilburg. Hij blonk uit in de hoofdvakken koor- en orkestdirectie, alsook in de vakken piano, orgel en muziektheorie. Zijn lange en succesvolle carrière leidde Rob Goorhuis langs diverse orkesten die hij als instrumentalist en dirigent diende. Ook was Goorhuis directeur van de Biltse Muziekschool te Bilthoven en jureerde hij vele wedstrijden, waaronder meerdere edities van het Wereld Muziek Concours. In 2006 werd Goorhuis benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau voor zijn verdiensten voor de blaasmuziek, zijn omvangrijke bijdrage aan het fanfarerepertoire en het opleiden van nieuwe topmusici. Rob Goorhuis is de componist van onder meer de muziek die op 4 mei op De Dam ten gehore wordt gebracht.