Rondje deur Mien Westerkwartier: Jonkersvaart

JONKERSVAART – Jonkersvaart is een streekdorp gelegen langs het gelijknamige kanaal in de gemeente Marum en heeft ongeveer 210 inwoners. Het buitengebied rond Jonkersvaart telt 240 inwoners. De jonker waaraan het kanaal zijn naam te danken heeft is Ferdinand Folef von Innhausen und Kniphausen, de ‘dolle’ jonker van Nienoord, die dit kanaal eind 18e, begin 19e eeuw heeft laten aanleggen ter ontginning van het veen. Naar zijn vrouw A.M. Graafland is een zijtak van de Jonkersvaart, het Graaflandsdiep, genoemd. De naam wordt echter tegenwoordig als Gravelandsewijk gespeld.

Gewoon bijzonder als je maar goed kijkt

Als je tijdens een fietstochtje in het rustige Jonkersvaart terechtkomt valt je in eerste instantie niet veel op. Zelfs de begraafplaats rij je zo voorbij. En dat is jammer. Want een beetje verstopt achter de bebouwing ligt een mooie en prachtig onderhouden begraafplaats. Aan het eind van die begraafplaats staat een klokkenstoel. En niet zomaar een klokkenstoel, die je wel meer tegenkomt in deze contreien.  Dit is een gebouwtje met een toren er op dat tevens dienst deed als baarhuisje. Het gebouwtje doet een beetje aan een kapelletje denken.  Hoe en waarom dit zo is, is niet meer te achterhalen. Volgens verhalen is er begin 1900  een poging ondernomen om hier een kerk te stichten. Hiertoe is er mondeling overleg geweest met de Hervormde Kerk van Nuis –Niebert, maar tot de bouw van een kerk is het toen niet gekomen. Door bemoeienis van Plaatselijk Belang is er wel een begraafplaats gekomen. Verteld wordt dat het bouwen van de klokkenstoel een soort troostprijs was voor het niet tot stand komen van een eigen kerkgebouw. Vóór de begraafplaats staat nu een mooie woning. Hiervoor stond er een oud huisje, bewoond door  mevrouw Hiltje Brandsma – Dijk. Jarenlang heeft zij drie keer per dag de klok met de hand geluid. Toen zij ouder werd viel het haar steeds zwaarder. Rond 1980 is zij er mee gestopt. Er is toen een mechanische luidinstallatie gekomen,  gebouwd door  Eedse Jagersma.  Hij deed dit met gebruikte onderdelen die eerder voor heel andere doeleinden waren gebruikt.

Jagersma is een man die in wijde omgeving bekend is als de man die van niets iets kan maken. In feite is hij een van de eersten die niet recyclet (hergebruikt) maar upcyclet ( door hergebruik meerwaarde toevoegen). Ook is hij bedenker van de gondelvaart en bouwer en bestuurder van een treintje. Uiteraard gemaakt van oud materiaal.

Als je wat verder rondkijkt valt het op dat de vaart, de weg en de plaats allemaal dezelfde naam hebben. Jonkersvaart is pas als dorp erkend in 1930. Daarvoor was het een streek die onder Zevenhuizen viel. De naam is trouwens al veel ouder en komt van de vaart die begin 19de eeuw is gegraven. De grond die hiervoor nodig was is op een veiling in een café in Groningen van de heren van Nienoord gekocht. Zodoende ook de naam Jonkersvaart. Van welke heer van Nienoord de naam afkomstig is, is niet bekend. Wel is bekend dat Jan Carel Ferdinand von Inn und Knipphausen in 1815 de grond bezat waar de vaart werd gegraven. Bij het graven van de vaart begon men vanuit Zevenhuizen en De Wilp. Ongeveer  1850 was men zo ver dat er tussen beide stukken vaart  bij Jonkersvaart alleen nog een dam was. Het hoogteverschil was zo groot dat die niet zonder meer doorgestoken kon worden. Pas in 1871 werden de Friese  en Groningse venen verbonden. Dit doordat toen een houten sluis is gebouwd. Hierdoor werd de Jonkersvaart een belangrijke vaarweg. Eerst vooral voor de afvoer van turf. Na afloop van de vervening kwam er landbouw en werd er ook veel mest, aardappelen en bieten vervoerd. De schippers die op de Jonkersvaart voeren waren schijnbaar nogal dorstig aangelegd. Er stonden namelijk 3 kroegen. Nog later werd het, via de Pierswijk,  ook de enige vaarverbinding met Marum. Dit was vooral belangrijk voor de aanvoer van melk van de zuivelfabriek van Marum en voor de timmerfabriek van Gjaltema.

Na ongeveer 30 jaar is die houten sluis vervangen door de stenen sluis die er tot op de dag van vandaag ligt. Alleen fungeert die niet meer als sluis, maar alleen als stuw. Er is ook nog maar één stel deuren aanwezig.  Dit als gevolg van het feit dat de scheepvaart steeds minder belangrijk werd. In 1955 neemt de gemeente Marum het besluit om de bruggen te vervangen door dammen. Hierdoor is scheepvaart niet meer mogelijk en de sluis niet meer nodig.

Zoals overal gebeurt er in Jonkersvaart  ook wel eens iets. Een aantal jaren geleden dreef er een paar klompen in de vaart. Al gauw stond er een groepje mensen  op de kant. Er werd al overlegd welke hulpdienst er ingeschakeld moest worden, tot één van de omstanders opmerkte: “Dat binnen hiele grote klompen. Die  kinnen allenneg mor van …… wezen en die lust wel hiel groag een borrel.” Ze zijn naar zijn huis gegaan en troffen hem daar in goede gezondheid aan.