Rondje deur Mien Westerkwartier: Leek

LEEK – Hoofdplaats van de gemeente Leek is het gelijknamige dorp, dat is ontstaan bij de schans die er in de Tachtigjarige Oorlog werd aangelegd. De naam is ontleend aan de beek de Lek (of Leke) en heet op kaarten uit het midden van de 19e eeuw nog “De Leek”. De plaats wordt ook nu nog wel De Leek genoemd. De inwoners van Leek noemt men Leeksters. De Friese wortels van het dorp Leek komen terug in de naam van het winkelcentrum ‘Liekeblom’.  In het centrum van Leek is een kleine kerk gevestigd, die als kapel van de vroegere bewoners van Nienoord kan worden beschouwd. De kerk van Nienoord is de kerk van Midwolde, waar zich ook het praalgraf van Carel Hieronymus van In- en Kniphuisen en zijn echtgenote Anna van Ewsum bevindt.

 

Het Veerhuis

Wie Leek zegt, zegt Nienoord. De Borg met zijn rijke historie, waar landheren in een ver verleden heersten en voor een groot deel de vormgeving en inrichting van het Zuidelijk Westerkwartier hebben bepaald. Ze zorgden voor het afgraven van het veen, het prachtige coulisselandschap herinnert hier aan. Het waren heren van adel, geleerd en bovenal ook bereisd. Zoals nu nog te zien is in het Rijtuigmuseum, alles ademde een sfeer van grote afstanden en verre streken.

En waar gereisd wordt, daar zijn verhalen, dikke verhalen, sterke verhalen, verhalen waar je alleen maar van gehoord hebt en die tot de verbeelding spreken. Beste lezers, stelt u zich eens voor dat ik de baas was van het Veerhuis in Leek. Daar helemaal vooraan op de Schreiershoek stond vroeger het Veerhuis. Als laatste bekend als het Zevenhuister Veerhuis.

U moet zich voorstellen dat het vroeger een drukte van belang was hier op de Leek. Leek stond in verbinding met het Leekstermeer, met de stad Groningen en alles wat daar achter lag. Ging je het Zuiden in, vergist u zich niet, in de jaren van de ontginning van het veen gingen de kanalen steeds verder. Via Zevenhuizen naar Haulerwijk en de Wilp, en zo voer men verder Friesland in en kon men zelfs via de Zuiderzee oversteken naar Amsterdam en omstreken.

En zo was er dus een grote scheepvaart op gang gekomen, de kustvaarders voeren hier vanuit Leek overal heen, tot de Oostzee en Jutland aan toe. Kun je begrijpen wat een belangrijke plaats Leek was in dit geheel, t was ook daarom dat er in Leek zoveel handel en nering was, hier stonden kalkovens, er was een touwslagerij, een koperslagerij, een bierbotteloarij en nog veel meer. Scheepswerven om niet te vergeten en natuurlijk de grote boomschillerij op de Schilhoek. En de naam Schreiershoek, daar waar wij ons Veerhuis hadden, die naam is er natuurlijk niet zomaar gekomen. Daar namen de geliefden afscheid van elkaar als er weer mannen vertrokken voor een lange reis.

En natuurlijk hoorden daar cafés bij, dat was vroeger niet anders dan nu. En zo hadden wij dus dat Veerhuis. Doordat wij op de hoek bij de brug zaten en ook nog dicht bij de sluis, was het bij ons altijd een drukte van belang. Allerlei soorten mensen kwamen er, ook uit alle windstreken hier van Noord Europa. Prachtige sterke verhalen hier bij ons aan de stamtafel, de één beleefde dit en de ander dat. Er zat ook een hoop gespuis tussen, dat kunt u begrijpen. En vooral als er een hoop drank aan te pas kwam, dan kon het wel eens heel erg tekeer gaan. Messen los in de zak natuurlijk.

Wij waren natuurlijk niet het enige café. Op de Nietap was er ook het een en ander. Ieder heeft wel eens gehoord van de slaapstee van Diene Fij. Diene had een soort herberg voor de smalle beurs om zo maar te zeggen. Daar kon je voor een dubbeltje slapen en er zat vaak een hoop volk dat het allemaal niet zo precies nam. Landlopers, bedelaars, stoelematters, harmonicaspelers en ga zo maar door. Diene lustte zelf ook graag een borreltje en zo werd er wel vaak eens een mooi feestje gebouwd. Toch was Diene als een moeder voor de arme stakkers.

Waar scheepvaart is, daar is vaak ook de onderwereld. Duistere zaken. Vrouwen van lichte zeden die in t geniep de mannen van de vaart aan hun gerief lieten komen. Als kastelein hield ik het allemaal in de gaten, niet dat ik me er mee bemoeide, het hoort bij het leven. Maar je weet natuurlijk wat er achterweg kan komen.

Zo wist ik natuurlijk ook wel dat de hoge heren van stand wel eens even naast het potje pisten. Daar liep er nogal wat van rond he. Die van Nienoord natuurlijk, maar ook van de Thedemaborg, de Auwemaborg, de Coendersborg en Mensinghe. Allemaal vlakbij. Mensen van stand die hun eer hoog moesten houden en ik moest ze natuurlijk als klant houden!

Er was zeg maar een stilzwijgende afspraak. Leven en laten leven. Vooral als de jeugd van de borgen in actie kwamen. Met de Borgheer sprak ik er wel over. Als die jonkheren met een koppeltje in het Veerhuis kwamen, dan kon je de borst wel nat maken. Dan werd er gezopen, gezopen!!! De borgheer vond dat het moest kunnen. “Die jeugd moet zich of en toe es flink uutroazen, dat is goed veur ze”.

Ik weet nog dat één van die knapen t ver heeft laten komen. Hij was een beetje verzot op een meisje uit het dorp en zij op hem. Dat kon natuurlijk niet, stands verschil he. Maar hij zette door en toen kreeg ze een kind van hem. Dat was natuurlijk niet al te best, maar op de Borg hebben ze het goed geregeld. Het meisje is afgevoerd naar een andere borg waar ze een goede betrekking kreeg en haar kindje mocht houden. De jonker ging studeren in Engeland en niemand in Leek wist er verder iets van. Ja ik natuurlijk. Maar ik zwijg als het graf.

Vijf van dier jonge knapen jatten eens wat geweren uit de wapenkamer. Ze zouden wat herten gaan schieten. Ze dachten dat ze het zo wel even zouden klaren. De hele middag op jacht en geen hert geraakt natuurlijk. Daar zaten ze behoorlijk mee in hun maag. Hoe moesten ze dat op de borg uitleggen. Dus kwamen ze bij mij. Toen hebben we met elkaar een geit geslacht, helemaal gevild zodat je niet meer kon zien wat voor die het was geweest. Wat een buit!

Ik zou nog wel een poosje door kunnen vertellen, maar u zult begrijpen dat het onmogelijk is omdat allemaal op te schrijven. In ieder geval bent u nu op de hoogte van een heerlijk Veerhuis dat ooit in Leek heeft gestaan. Op de Schreiershoek.