Rondje deur Mien Westerkwartier: Niehove

NIEHOVENiehove is een wierdedorp met ongeveer 300 inwoners. Het gehele dorp is beschermd dorpsgezicht. Het dorp was onder de naam Suxwort of Suxwerd (“Zuidwierde”) de hoofdplaats van het voormalige eiland Humsterland. De oude radiaire wierdestructuur is nog goed te zien: midden op de wierde staat een kerk uit de 13e eeuw. Daaromheen zijn in twee cirkels de huizen van het dorp gebouwd, met de achterkant naar de velden gekeerd. Het kerkhof was tot 1830 van de straat gescheiden door een cirkelvormige gracht, die diende om de geesten op het kerkhof te houden.

 

Zeven smeden, allemaal een knecht met rood haar

Je zou het niet denken, maar ooit was Niehove, dat toen nog Suxwerd genoemd werd, het belangrijkste dorp van Humsterland. Bij de kerk op de wierde werd recht gesproken en in het dorp werkten maar liefst 7 smeden.

Het was geen wonder dat jonker Johan Willem Ripperda rond 1700 naar Niehove toog, toen hij 8 gouden hoefijzers wilde laten maken voor zijn Friese paarden.

Hij ging naar binnen bij herberg de Eiseshof en sommeerde zijn knecht om alle smeden van het dorp er naar toe te brengen. Toen deze allemaal rond de stamtafel zaten deed Ripperda zijn plan uit de doeken en smeet 8 zakjes met gouden sieraden op tafel.

‘Ieder van u maakt voor mij een hoefijzer met het goud uit één van de zakjes.’

De oudste smid greep een zakje van tafel, maakte het open en testte met zijn laatste twee tanden de echtheid van het goud.

‘Donders woar echt gold en wat n nust!

Komt kloar Ripperda, moar we bennen moar met zeuven man?’

Daar viel snel een mouw aan te passen. De herbergier had die ochtend nog bezoek gehad van een rondreizende smid en die werd opgespoord, zodat de 8 smeden  aan de slag konden. Ripperda gaf de smeden het goud en zou één week later opnieuw naar het dorp komen, om zijn paarden te laten beslaan.

Toen Ripperda en de rondreizende smid vertrokken waren, keken de 7 smeden elkaar samenzweerderig aan en knipoogden. Ze waren net zo hebberig en pronkerig als jonker Ripperda en besloten om de sieraden zelf te houden en in plaats daarvan koper om te smelten in de hoefijzers.

Een week later ging Ripperda voor de herberg op een zetel zitten en liet zich een glas wijn inschenken. Rondom de kerk van het dorp was het een drukte van belang. Voor de herberg stond de koets, rechts stonden twee paarden aan het hek gebonden met elk 4 smeden en 4 knechten. Aan de linkerkant stonden alle inwoners van het dorp te kijken en smoesden met elkaar.

‘Hoefiezers van echt gold. Wel t breed het, loat t breed hangen.’

Niet veel later stonden beide paarden op de glimmende nieuwe ijzers en ging er gejuich op toen Ripperda uit zijn stoel opstond om een proefritje te maken.

Maar toen hij op de bok zat en van bovenaf de burgerij van Niehove nog eens goed  bekeek, viel het hem op dat de dames wel heel erg veel goud droegen. En hij herkende de ketting die hij zelf voor zijn vrouw had gekocht in Den Haag.

‘Potverdorie, ze zullen hem toch niet in de maling hebben genomen!.

Hij liet zijn zweep knallen en reed in één streep naar Balmahuizen, waar hij  kennis had aan een ouwe heks ‘Moagere Oagt’. De ouwe heks stond al voor haar huisje toen Ripperda het pad op kwam rijden.

‘Jonker, dat bennen een poar mooie hoefiezers, zo mooi heb ik ze nog nooit zien’

‘Daar gaat juist om Aagt, je moet me helpen. Zit er wel echt goud in de hoefijzers?’

Oagt haalde een glimmende zwarte doek, spuugde er op en begon over de hoefijzers te wrijven.

‘ Ien zeuven van e aacht zit gien gold!’

Ze wist wel dat Ripperda nu des duivels zou worden en fluisterde hem snel wat in het oor.

‘Rie terug noar Nijhoof en zeg dat je zo wies bennen met e hoefiezers dat joe over n week een groot feest willen geven om t te vieren. Moar zeg der bij dat t niet te best is as ze niet krekt doan hemmen wat joe vroagd hemmen.’

Ze fluisterde Ripperda nog wat in het oor, die begint te glimlachen. Eenmaal terug in Niehove gaat hij op de bok staan en nodigt iedereen uit voor een feest. Dan steekt hij zijn sabel de lucht in en zegt:

“Maar o wee, wanneer ge mij hebt bedrogen. Dan zullen uw knechten deze nacht rood haar krijgen en de rest van hun leven bij u moeten werken als een slaaf”.

Met een razende vaart vertrok hij uit Niehove en kwam er nooit weer terug. De volgende ochtend gold voor Niehove: ‘Een dörp met zeuven smeden en verduld alpmoal met een knecht met rood hoar!’

Smeden zijn er niet meer in Niehove, en van rechtspraak is al helemaal geen sprake. Maar het dorp een prachtig voorbeeld van een wierdedorp, met de Kerk in het midden. Café de Eiseshof heeft nog steeds een belangrijke functie in de regio.