Syrische familie Ahaas: “De regels in Nederland geven ons een veilig gevoel”

ZUIDHORN – De komende weken zoekt de Streekkant vluchtelingen op om te weten te komen hoe het nu met ze gaat. Deze week blijven we in Zuidhorn en ontmoeten de 34-jarige Ahaas, vader van het 3,5 jarige jongetje Meraan en man van Khatoon.

De Arabische koffie pruttelt en moeders zorgt voor zelfgebakken koekjes. Best lekker. Niet al te zoet, en wel voedzaam. Sprak het vorige gezin dat ik bezocht al behoorlijk Nederlands. Hier is dat duidelijk niet het geval en aangezien mijn Arabisch net zo ontwikkelt is als hun Nederlands is Eslam mee op pad. De 12-jarige zoon uit een ander Syrisch gezin gaat mee als vertaler. Wonderbaarlijk hoe deze jongen onze taal al beheerst. Vast een aankomend advocaat, of iets dergelijks.

Ook dit gezin heeft een heel verhaal achter de rug. Vader Ahaas vluchtte begin 2014 weg uit Syrië, weg van raketten, van ordetroepen en milities. Op zoek naar een veilige toekomst voor zijn vrouw en kind ging zijn reis via Turkije, waar hij zijn vrouw en kind achter liet, naar Griekenland, Macedonië en Duitsland. Hij stak de Middellandse Zee over in een van de beruchte rubberboten en was bang, bekent hij. Zijn wat stuurse blik maakt plaats voor een brede glimlach als hij aan dat avontuur terug denkt: “Ja, ik was best een beetje bang. Met zoveel mensen op een boot en de zee was ruig. Maar gelukkig heb ik het overleefd en voor zover ik weet iedereen van de boot.” Uiteindelijk,na vele omzwervingen, klopte de Syriër op een goede dag aan bij het politiebureau in Groningen. “Van daaruit werd ik naar Ter Apel gestuurd. Daar heb ik drie dagen gezeten om daarna naar Leeuwarden te gaan naar een soort opvang. Ik was al zo lang onderweg en de situatie was zo gek dat het inmiddels gewoon is geworden,” blikt Ahaas terug op al zijn overplaatsingen. “Na een tijdje ben ik naar Bellingwolde overgeplaatst. Daar heb ik drie maanden gezeten en nu woon ik bijna 10 maanden in Zuidhorn.”

De vrouw des huizes schuift inmiddels ook aan de tafel. Grote bruine ogen die vooral vriendelijkheid uitstralen. En een aanstekelijke lach. Ze is blij hier in Nederland te zijn. Ze heeft haar man lang moeten missen. “Maar dat was niet zo’n punt. Ik was toen al gevlucht naar Turkije waar ik bij mijn moeder woonde. Na ruim anderhalf jaar zag ik pas mijn man weer en nu wonen we hier. Nee, spijt heb ik niet en mijn man ook niet. We zijn gewoon super blij hier. De mensen zijn aardig. De buren helpen ons met alles waar we hulp bij nodig hebben. Dat ervaren we echt als een groot geschenk.”

Ons land staat bekend als het land van de regels en daar is niet iedereen even blij mee. Om maar een understatement te gebruiken. Vader Ahaas daarentegen  is erg content met de wetgeving hier. “Er zijn hier goede regels en daarom is het veilig. Er is hier geen oorlog, geen gevechten en gedoe. Overal kun je rustig naar toe en de mensen zijn aardig. Dat is allemaal goed geregeld. Die regels zorgen voor een veilig gevoel. ”

Het gesprek gaat, hoe kan het ook anders, richting de actualiteit in Syrië. Het land verkeert al jaren in oorlog waar zowel de Amerikanen als de Russen zich nadrukkelijk bemoeien met de ontwikkelingen. Daar waar wij westerlingen geneigd zijn om de Amerikanen te beoordelen als goed en de Russen van nature te  wantrouwen, ziet Ahaas dat anders. Het gesprek met talk Eslam duurt lang voor hij antwoord geeft op de vraag wat hij van de rol van al die buitenlandse landen in zijn thuishaven vindt. Hij lacht vaak. Een sarcastische lach blijkt. “Poetin en Trump, maar ook andere landen gebruiken Syrië als testland voor hun wapens. Eén telefoontje naar Assad met het dringende verzoek af te treden en het is gedaan met de man die ons land aan puin heeft geschoten en zijn eigen volk vermoord. Maar de Amerikanen en Russen willen helemaal niet dat het stopt. Het is goed voor de wapenverkoop, hun wapens te testen en troepen te trainen.”

Ze proberen het verleden achter zich te laten en dat lukt aardig, zeggen ze. “Wij hebben gelukkig geen familie meer in Syrië. Dat scheelt. Daar hebben we geen onzekerheid en angst over. Verder is het hier gewoon echt goed in Zuidhorn en zijn er meer Arabische mensen. We voelen ons geaccepteerd en voelen geen enkele weerstand omdat we moslim zijn. Thuis in Syrië woonden we tussen veel christenen en hadden veel christelijke vrienden. Naar een moskee gaan we niet.” In die zin weinig aanpassingsproblemen dus.  De taal is een ander verhaal:  “Dat is wel lastig te leren,” lacht moeders.  Maar we doen ons best.” Vader Ahaas, in zijn  thuisland taxichauffeur, hoopt ooit een transportlijn tussen Nederland en Irak op te zetten. Wat hij wil verkopen? Hij lacht enigszins ondeugend: Drank en auto-onderdelen.” Word ik voor de gek gehouden? “Nee”, bezweert hij en dan deelt hij op de valreep nog naar wat blijkt zijn grootste angst te zijn. “Onze verblijfsvergunning is voor vijf jaar. Hoeveel ik ook van Syrië hou,  ik ben bang ooit weer terug gestuurd te worden. Dat zou ik heel erg vinden. Ons kindje leert hier de taal, groeit hier op en wordt zo een beetje Nederlands. Terug gaan zou voor hem zo ingewikkeld zijn. Die onzekerheid is het lastig. We hoeven geen luxe en hoeven niet rijk te worden. We willen gewoon een ding en dat is in dit veilige land blijven.”