‘Uit mijn tuin haal ik mijn inspiratie’

Oudwoude - Hennie Dijk-Stel

OUDWOUDE – In het midden van Oudwoude woont Hennie Dijk-Stel in een prachtig verbouwde boerderij. Bijna twintig jaar geleden kwam zij hier wonen vanwege de grote tuin. De voormalige stal is inmiddels haar atelier, waar ze onder andere werkt aan haar botanische tekeningen. ‘Botanisch tekenen is niet zozeer een kunst, het is een ambacht, wat verschrikkelijk precies uitgevoerd moet worden. Het is zeer wetenschappelijk. Ik doe gerust vier dagen over één tekening’, vertelt Dijk-Stel. ‘Mijn tuin is mijn inspiratiebron. Alles wat ik maak komt uit eigen tuin. Je hoeft niet ver om het mooie te ontdekken.’ Dat daar geen woord over gelogen is blijkt. Een rondgang door de tuin leert dat Hennie en haar man veel tijd, liefde en energie steken in het tuinieren. ‘Het fijne van deze tuin is dat er iedere jaargetijde een stukje is waar alles leeft en bloeit. Tegelijkertijd zijn er dan ook stukken in de tuin waar het er minder mooi uitziet. Maar dat geeft niets. Het hele jaar door zijn er fijne plekken in deze tuin.’ De tuin is niet alleen een plek waar Dijk-Stel haar inspiratie vandaan haalt. Het is ook een tuin die opengesteld wordt voor bezoek. In een oud schuurtje is daarom ook een kleine galerie ingericht. Hier exposeert Dijk-Stel zomers eigen werk.
In het atelier in de voormalige stal laat Dijk-Stel recente botanische werken zien. Knoflook, zelfgekweekte peultjes, een simpel stuk schors; met de grootste precisie en het grootste geduld tekent ze de natuurproducten na. ‘Het is een heel werk om zo’n knoflook zo precies na te tekenen. Maar het werkt heel rustgevend en ontspannend.’
In haar werk kent ze twee stijlen. De vlottere, waarin ze haar pencelen en potloden de vrije hand geeft, en de precieze, waar ze tot in het minuscule precies werkt. ‘Het is maar net waar ik zin in heb. Het één wisselt het andere af.’ aldus Dijk-Stel
Exposeren is iets dat Hennie vaak gedaan heeft, en wat ze ook nodig vindt voor kunstenaars. ‘Als je weet dat je een expositie in de planning hebt, dan werkt dat heel stimuleren. Je maakt dan soms dingen die je al langere tijd in gedachte had, maar waar je nooit eerder aan toe kwam. Het zet je aan tot een volgend punt. Daarnaast vind ik het belangrijk om te delen, ook oud werk waar je misschien in eerste instantie minder tevreden over bent. Anders ligt het hier op zolder, dan heeft niemand er iets aan,’ vertelt Hennie.
‘Exposeren is een vorm van delen. Mensen krijgen je werk te zien, die mogen er iets van vinden. Een expositie prikkelt mij enorm om kritisch te kijken en te denken, maar ik maak niet iets omdat ik denk dat het wel goed in de markt zal liggen. Ik maak soms juist dingen die anderen als oubollig beschouwen. Als kunstenaar moet je je eigen vrijheid nemen om misschien wel iets te maken wat niemand anders mooi vindt, maar wat je zelf wel mooi vindt. Dat is iets dat ik ook heb moeten leren, dat kun je niet zomaar. Die stap moet je durven te zetten. Het werkt prettig om met die vrijheid te werken, maar ook een beetje eigenwijs.’