Wat mag het kosten?

“Als meneer Siegers naar Thailand kan reizen, dan kan meneer Siegers ook zijn paspoort ophalen bij het gemeentehuis 20 kilometer verderop.” Een mooi stukje cabaret uit de mond van Leekster D66-raadslid Co Stehouwer. De aanleiding was niet dat er blijkbaar tóch een gemeentehuis komt in de gemeente Westerkwartier –dat komt er namelijk nog altijd niet- maar in hoeverre ambtenaren straks klaar moeten staan voor de burger. En natuurlijk, wat het allemaal mag kosten.

Terug naar het begin: het gemeentehuis. Op dit moment hebben alle vier de gemeenten in het Westerkwartier een gemeentehuis. Een ‘thuis’ voor de ambtenaren van de gemeenten. Een plek waar alle benodigdheden bij de hand zijn. Echter ook een plek die de meeste inwoners niet vaak van binnen zien. Buiten de raadsvergaderingen en persuurtjes om kom ik voor persoonlijke zaken niet eens jaarlijks in het gemeentehuis. Dat is ook niet nodig. Rij-  en identiteitsbewijzen zijn tien jaar geldig. En voor tal van andere zaken kan ik op de website van de –nu nog- gemeente Leek terecht. Tegelijk besef ik mij ook dat ik in een luxepositie verkeer. Ik ben gezond, heb geen handicap, wel een baan en ben dus geen hulp van mijn gemeente nodig. Datzelfde geldt voor de overige gezinsleden. Wij hebben het geluk in een goede situatie te verkeren. Helaas is dat niet voor iedereen weggelegd. Nog altijd hebben veel mensen financiële steun van de lokale overheid nodig. Zeker na de decentralisatie van veel Rijkszaken richting de gemeente. Voor jeugdzorg, hulp in de huishouding en veel meer zaken moet men tegenwoordig ook bij de gemeente zijn. Bij een gemeentehuis kan men straks niet meer terecht. Een website is leuk. Maar zijn het juist niet de meest kwetsbare mensen die moeite hebben met het online regelen van hun zaken? Voor mijn oma is het openen van email al een behoorlijke prestatie, laat staan het versturen van een mail met een fatsoenlijk geformuleerde vraag. Gelukkig is daar een oplossing voor bedacht; de gemeente komt straks naar u toe! Mooi natuurlijk. Maar het roept wel vragen op. Zitten mensen wel te wachten op ‘de gemeente’ aan hun keukentafel? En wat gaat het eigenlijk kosten? Zo’n rondtrekkend circus van ambtenaren zal ongetwijfeld niet goedkoop zijn. Uiteraard is een gemeentehuis dat ook niet, maar toch. Ervan uitgaand dat ambtenaren een werkplek moeten hebben, zal er toch een –soort van-  backoffice moeten komen. Wellicht in één (of meerdere) van de bestaande gemeentehuizen. En wat te doen met de tijden? Ben ik iets nodig van mijn gemeente, dan rijd ik snel even langs in een verloren kwartiertje overdag. Spontaan. Je weet dat je een nieuwe identiteitskaart nodig bent, dus rijd je zelf langs als het goed uitkomt. Die spontaniteit is straks weg. Een ID-kaart gaat per post en voor meer dringende zaken krijgt u bezoek aan huis. Aangezien niet iedereen overdag zomaar een uurtje vrij kan nemen, zal het ongetwijfeld ook gevolgen hebben voor de ambtenaar, die zijn vak meer en meer flexibel ziet worden. Werken in de avonduurtjes? Het hoort er straks gewoon bij. Net als het kostenplaatje. Want gewerkte uurtjes in de avond kosten nu eenmaal meer. De lasten voor de burger moeten niet omhoog, is het streven. Maar als extra kosten doorberekend worden in de aangevraagde documenten en het uitvoeren van hulpvragen duurder wordt, is het een kwestie van tijd voordat we wel met zwaardere lasten te maken krijgen. Zomaar een wilde voorspelling: we gaan het instituut ‘gemeentehuis’ nog missen in de nieuwe gemeente. En of meneer Siegers laat in de avond nog bij de gemeente terecht kan om op tijd zijn paspoort voor de reis richting Thailand te regelen? Als het aan de Marumer burgemeester Henk Kosmeijer ligt wel. “Desnoods breng ik zelf om 5 voor 12 het paspoort langs”, aldus een lachende Kosmeijer. “Tenminste, als meneer Siegers bereid is om de kosten voor zijn rekening te nemen.” Immers, ‘bijna middernacht’ is behoorlijk laat op de avond. Zeker voor een burgemeester.

 

Meediscussiëren over de herindeling of jouw mening laten horen? Laat het weten op Twitter @richardlamberst!