‘We zijn net een gewoon gezin, alleen wisselt de samenstelling wel eens’

Oldekerk - pleegzorg

Pleegouders houden open huis

OLDEKERK – Onder het motto ‘Ontdek de pleegouder in je buurt’ organiseert Pleegzorg Nederland op zaterdag 4 oktober 2014 van 14.00 tot 17.00 uur een ontmoeting bij pleegouders thuis. Het doel is om de aandacht te vestigen op het belang van pleegzorg en het tekort aan pleegouders in ons land. Ruim honderd pleeggezinnen openen hun huizen voor het grote publiek. Twee van de pleeggezinnen die belangstellenden een kijkje in hun wereld gunnen zijn het gezin van Piet en Ginie Oosterhoff en Sikko en Jaaptje van der Til. Zij besloten hun krachten te bundelen voor deze middag, en mensen uit te nodigen in Grootegast. Niet zozeer bij de gezinnen thuis dus, maar wel met alle ruimte en tijd om uitleg te kunnen geven over wat het zijn van een pleeggezin nou eigenlijk betekent.

Acht kinderen in huis
Voor het open huis van Pleegzorg Nederland konden geen betere families gevraagd worden dan de families Oosterhoff en Van der Til. Al bijna vijfentwintig jaar vangen de gezinnen kinderen op die voor kortere of langere periodes niet bij hun eigen ouders kunnen wonen. De oorzaken daarvan zijn verschillend. Bij sommige kinderen is er sprake van mishandeling of andere vorm van misbruik. Bij anderen is de moeder in kwestie zwakbegaafd en niet in staat om zelf voor haar kinderen te zorgen. De familie Oosterhoff, die in vijfentwintig jaar tijd al meer dan twintig kinderen in huis opnam, telt momenteel zeven pleegkinderen in de leeftijd van 16, 14, 12, 12, 7, 7 en 3 en een kind dat de volwassen leeftijd inmiddels heeft bereikt en daardoor niet meer als pleegkind te boek staat. Dat is geen standaard aantal kinderen, bij de meeste gezinnen gaat het om één of twee kinderen. Zo draagt de familie Van der Til momenteel zorg voor twee jongens van 11 en 12 jaar. ‘Het was de bedoeling dat zij slechts een paar weken bij ons zouden blijven, maar inmiddels zijn ze er ook alweer zo’n vijf maand’, vertelt Jaaptje.
Als het om pleegzorg gaat zijn er een hoop mensen die denken dat het alleen maar zwaar is. Een groot misverstand, volgens Ginie Oosterhoff. ‘Natuurlijk is het wel eens moeilijk. Eigenlijk alle kinderen hebben een rugzakje met eigen bagage en dat levert wel eens problemen op. Maar wat mensen vaak niet zien, is hoe mooi het pleegouderschap ook kan zijn. Het is vaker leuk dan niet leuk’, vertelt zij. Piet is het er roerend mee eens. ‘Wat denk je, dat wij het al vijfentwintig jaar vol zouden houden wanneer het niet te doen was? Je krijgt er zo enorm veel voor terug. Als kinderen een briefje achterlaten waarop staat dat wij de liefste papa en mama van de wereld zijn, als je ziet dat de kinderen het ondanks hun verleden goed doen op school, als de kinderen ondanks dat ze alweer bij hun eigen ouders wonen of zelfstandig zijn gaan wonen terug blijven komen met de kerst of op verjaardagen, dat doet enorm veel met je’, aldus Piet. Ook Jaaptje ziet meer positieve aspecten van het pleegouderschap dan negatieve. ‘Een van de jongens die nu bij ons in huis is wil niet meer zonder een knuffel van mij naar school. Daar doe je het toch voor?’
Natuurlijk is het pleegouderschap niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Ook bij de familie Oosterhoff ging het wel eens ‘mis’. ‘We hebben één jongen in huis gehad die nog voor zijn achttiende weer wegging. Hij wilde persé bij zijn vader wonen. Op een gegeven moment hebben we hem moeten laten gaan, ook in het belang van de andere kinderen. Dat voelt dan wel als falen’, vertelt Ginie.

Twijfels
Als mensen twijfelen over het pleegouderschap, hebben de drie ervaren pleegouders twee duidelijke en belangrijk adviezen. ‘Je moet er beide voor honderd procent achterstaan en ook de rest van het gezin moet er mee kunnen leven’, vertelt Jaaptje. ‘Wij hebben altijd met onze eigen kinderen besproken wat we van plan waren en hen gevraagd over hoe zij daar tegenaan keken.‘ Daarnaast moet je je goed bedenken waarom je eigenlijk pleegouder wil worden. ‘Als je pleegouder wilt worden zodat je eigen kind een leuk broertje of zusje krijgt, dan is dat niet een goede reden. Je moet het doen omdat je de kinderen de liefde wilt geven die ze verdienen.’

Pyjama’s lenen
De families Van der Til en Oosterhoff hebben door de jaren heen veel ook aan elkaar gehad. Toen ze pas begonnen met het opnemen van pleegkinderen in hun gezinnen, wisten ze elkaar te vinden voor raad en daad. ‘Het is heel fijn om iemand te hebben in de buurt die je begrijpt en waar je terecht kunt met vragen. Dat kunnen hele praktische zaken zijn, zoals een pyjamaatje op het moment dat er ’s avonds een crisisplaatsing is, maar ook voor advies en gewoon een luisterend oor. Daarom gaan we samen ook naar de gespreksgroepen voor pleegouders’, vertelt Ginie. ‘Dat raad ik ook alle pleegouders aan om daar naartoe te gaan. Een andere pleegouder vertelde daar eens dat ze soms ten einde raad was omdat de kinderen die ze opving zo onhandelbaar waren. Toen wij vertelden dat we ze ook wel eens achter het behang wilden plakken, viel er een last van haar schouders. Ze dacht dat ze de enige was die het zo voelde.’
De inmiddels volwassen eigen kinderen van Sikke en Jaaptje en Piet en Ginie hebben ook altijd achter de keuzes van hun ouders gestaan. De kleinkinderen van Piet en Ginie zitten nu zelfs bij pleegkinderen van hun in de klas en zijn dikke vriendinnen geworden. ‘Ga ik ineens met m’n eigen dochter naar de klassenavonden’, lacht Ginie. De kinderen van de vier voelen zich ook erg betrokken bij de soms tijdelijke broertjes en zusjes. ‘Als wij bellen en zeggen dat er een kind aan zit te komen, dan speuren zij ook hun zolders af op zoek naar kinderkleding en andere spullen die wij dan weer kunnen gebruiken. Ze passen ook wel eens op, wanneer wij een avond weg moeten. Of ze zelf pleegouders zouden willen worden? Dat denk ik niet. Maar ze staan voor honderd procent achter ons en vinden dat het hebben van pleegbroertjes en –zusjes hun leven heeft verrijkt’, aldus Jaaptje. ‘Ze vinden niets meer vreemd en hebben begrip voor ieders achtergrond. Dat maakt ons weer heel trots op onze eigen kinderen’.

Kinderen uit Amsterdam
In het begin dat de familie Oosterhoff pleegkinderen opving kregen zij nog wel eens opmerkingen als ‘Komen die kinderen dan uit Amsterdam?’ en ‘Willen jullie die ouders dan wel over de vloer?’. ‘De kinderen komen gewoon uit het Noorden. Overal zijn er kinderen die om wat voor reden dan ook tijdelijk of langer niet bij hun eigen ouders kunnen wonen. En ja, met de ouders van de kinderen hebben wij, voor zover dat mogelijk is, ook gewoon contact. Het mooiste is uiteindelijk toch dat een kind op een gegeven moment weer bij zijn of haar eigen ouders kan wonen. Daar kunnen we echt van genieten!’ vertelt Piet. Jaaptje is het daar volledig mee eens. ‘Wij hebben eens een kind drie weken lang opgevangen toen deze weer terug kon naar de eigen moeder. Dat voelt dan zo goed!‘
Tijdens het open huis willen de beide families met name de gasten een zo realistisch mogelijk beeld geven van de pleegzorg. Niet alleen maar vertellen hoe fantastisch het kan zijn, maar ook vertellen wat voor moeilijkheden je tegenaan kan lopen en wat struikelblokken kunnen zijn. ‘Je kunt andere pleegouders in spé het best maar zo eerlijk mogelijk vertellen wat hun te wachten kan staan. Het is beter dat mensen uiteindelijk zeggen dat het toch niets voor hen is en het vervolgens niet doen, dan dat mensen er in springen om vervolgens te denken: had ik dit maar nooit gedaan,’ aldus Jaaptje.
Het open huis wordt gehouden aan de Hoofdstraat 116 in Grootegast.