‘Wereldberoemde’ Giovanni Guidetti gelukkig in Grootegast

 

“Italië is mooi. Maar achterom kijken heb ik nooit gedaan, mijn liefde is hier!”

GROOTEGAST – De 73-jarige Giovanni Guidetti een wereldberoemde Italiaan in de Nederlandse horecawereld. Met omwegen –en vooral dankzij de liefde- uiteindelijk neergestreken in Grootegast. Tegenwoordig is ‘Don Giovanni’ ook Nederlander, want na 50 jaar in Nederland te hebben vertoefd kreeg hij recent zijn Nederlanderschap uit handen van de Grootegaster burgemeester Ard van der Tuuk. Een hommage aan zijn vorig jaar overleden vrouw. “Mijn naturalisatie was haar wens”, vertelt Giovanni, nog altijd zichtbaar aangedaan door het verlies van zijn grote liefde met wie hij net geen 50 jaar samen mocht zijn. “Maar geen huilverhalen hier”, zegt hij na een korte stilte, “want ik ben ook nog Italiaan hoor! Trots.”

Het Italiaan-zijn spat er ondanks 50 jaar in Nederland te hebben gewoond nog altijd vanaf. Daar waar in menig Nederlands huishouden de koekjes moeilijk worden uitgedeeld en direct weer in de kast verdwijnen, heeft Giovanni er werk van gemaakt. “Ja, gasten zijn belangrijk”, vindt hij. “Ik werk ook nog wel eens in Groningen, bij een bazaar waar ze Italiaanse producten en koekjes verkopen. Nou, als ik weet dat er bezoek komt, bijvoorbeeld van de Streekkrant, dan moeten er lekkere koekjes in huis zijn.” Lekker zijn ze inderdaad. We proeven citroen, amandel en iets dat we niet kunnen plaatsen. Het zorgt ervoor dat het woordje ‘lijnen’ voor even geen betekenis heeft. Schaaltjes vol, “en die moeten op!”, lacht Giovanni. “Want je hebt ook al de koffie, bitter lemon en tonic afgeslagen.” En dat is hetzelfde als vloeken in de kerk, zo blijkt. Want Giovanni is een ober in hart en nieren. Nog altijd verzot op het vak dat hem zoveel goeds heeft gebracht. “Zoals mijn vrouw”, blikt hij 50 jaar terug in de tijd. “Ik werkte als ober in Rimini, Italië. Zij vierde daar haar vakantie, een geboren en getogen Amsterdamse. Beeldschoon! We maakten kennis en de vonk sloeg gelijk over. Je begrijpt, als echte Italiaan wilde ik wel. Maar zij, zij hield de boot af.” De oude Guidetti lacht om de jongere versie van zichzelf. “Zij zei: Gio, als jij echt wat wilt, dan moet je naar Nederland komen. Die woorden vergeet ik nooit meer…” Niet lang daarna besloot hij eens een kijkje te nemen in het verre Nederland. Voor één dag, dacht hij nog terwijl hij niet meer inpakte dan een paar sokken, ondergoed en een tandenborstel. “Maar toen ik hier kwam had zij, samen met haar familie, alles geregeld! Onderdak, een baan, kleren. Ik ben nooit meer weggegaan.” Een behoorlijke omslag, stellen wij. “Natuurlijk was het even wennen”, bevestigt hij. “Alles is anders hè? De mensen, het weer. Maar aanpassen was geen probleem hoor! Kijk, als je ergens heen gaat dan moet je je aanpassen. Ik kwam als Italiaan hier heen. Nou, dat is dan heel simpel. Dan gelden voor mij ook de Nederlandse wetten en regeltjes.” De Italiaanse ober vond emplooi in de Amsterdamse horeca. Daar bediende hij onder meer Ramses Shaffy, Liesbeth List, Toon Hermans en verschillende leden van het Koninklijk Huis. Vooral Prins Claus tovert een lach op het gezicht van de voormalige ober. “Geweldige man.” Hij belandde in verhalen van het Algemeen Dagblad en andere kranten die zich in de loop der jaren hebben laten bedienen door Giovianni. Trots tovert hij een stapeltje uitgeknipte recensies tevoorschijn. Inclusief een vernietigend verhaal over één van zijn voormalige werkgevers, die ternauwernood werd gered door de kleine Italiaanse ober ‘wiens advies feilloos was. Hét lichtpuntje in een verder niet zo bijzonder restaurant’. Ondanks de échte Amsterdamse die hij aan de haak had geslagen, zijn inmiddels twee jonge dochters en de belevenissen in de Amsterdamse horeca leidde de weg in 1979 richting het noorden. “Een oud-collega had een restaurant in Glimmen”, vertelt Giovanni. “Hij belde mij op met de boodschap dat hij mij per se wilde hebben als ober. Glimmen? Ik had geen idee waar dat lag, maar ben toch heen gegaan. Vrienden hè? Je kan op z’n minst even komen kijken.” Wat hij aantrof liet hem niet los. “Vriendelijke mensen, bosrijke omgeving, mooie grote huisjes. Heel anders dan Amsterdam, waar alles en iedereen maar langs elkaar heen leeft. Ik vond het fantastisch.” Ook thuis werd de boodschap goed ontvangen, herinnert Giovanni. “Ja, mijn vrouw wilde wel mee naar het noorden. Zij deed dat voor mij.” Beijum werd het. Een nieuwbouwwijk waar in 1978 de eerste mensen kwamen te wonen. “Toen wij in ’79 daarheen verhuisden was het een nieuwbouwwijk”, vervolgt Giovanni. “Niet veel later is het snel bergafwaarts gegaan met Beijum. Het begon te veranderen, veel criminaliteit en zo. Toch hebben wij er tot 2015 met veel plezier gewoond hoor. Echt wel.” Het echtpaar was echter al met pensioen en beide dochters hadden al lang en breed het ouderlijke huis verlaten. “Onze oudste dochter Susanna woont in Grootegast”, aldus Giovanni. “Zij heeft een pizzeria in Lutjegast, waar ik graag mee help. En om nu iedere dag van Groningen naar Lutjegast te rijden… Dus zijn we ook deze kant opgekomen. Wat ik van Grootegast vind? Nou, als ik had geweten hoe het leven hier is dan denk ik dat we al veel eerder deze kant op hadden moeten komen. Hier hebben de mensen geen kapsones en zijn ze lekker normaal. In Beijum hadden we ook goede buren hoor, maar dat waren wel Stadjers. Inclusief gebruiksaanwijzing.” Twee jaar was het echtpaar samen gelukkig in Grootegast toen het noodlot toesloeg en zijn vrouw ziek werd. Kanker, luidde de diagnose. Terminaal bleek het. “Vorig jaar is zij overleden”, vertelt hij aangeslagen. In een Italiaan zit veel emotie, dus is het even een paar keer slikken voordat Giovanni verder gaat. “Zeker, ik heb het daar moeilijk mee gehad. Nog altijd. We zouden dit jaar 50 jaar samen zijn geweest, nadat ik in 1968 naar Nederland ben gekomen voor deze allermooiste vrouw. Nooit heb ik achterom gekeken. Italië is mooi. We gingen er om de twee jaar heen op vakantie. Maar verder? Nee, mijn liefde is hier! Ik heb geen seconde spijt gehad van mijn komst naar Nederland.” Na het overlijden van zijn vrouw kwamen ‘oude’ papieren op tafel. Ooit zijn ze bezig geweest met de naturalisatie van Giovanni Guidetti. “Zij vroeg altijd: waarom word je geen Nederlander? Dan hoef je niet steeds al die papieren in te vullen. Zelf zag ik de noodzaak minder. Maar goed, uiteindelijk heb ik een Nederlandse vrouw, Nederlandse kinderen en als Europeaan kwam ik ook zonder meer in aanmerking. Dus waarom ook niet? In Groningen hebben we het proces in gang gezet, maar daar bleef het ook bij. De gemeente Groningen zou erop terugkomen, maar heeft dat nooit gedaan. En voor mij, ach, het stond niet in de brand.” En toen dus die papieren, opnieuw op tafel. “Het was haar wens dat ik Nederlander zou worden”, vertelt hij. “Na haar overlijden besloot ik door te pakken. Voor haar. In Grootegast.” Een huilverhaal wordt het niet, dus sluit de ‘wereldberoemde’ Giovanni Guidetti af met een grote glimlach. “Het is hier goed in Grootegast. Dit is een mooie omgeving, mijn familie woont in de buurt en ik heb goede buren. Ik zie mijzelf als een rijk man. Qua levenservaring dan hè! Want ik heb mijn hele leven in de horeca gewerkt.”

‘Italië in Nederland’

LUTJEGAST – Voor de foto bij dit verhaal zijn we er snel uit met Giovanni. Want ‘Italië in Nederland’ wordt niet beter zichtbaar dan de aanwezigheid van een typisch Italiaans afhaalrestaurant in het oer-Hollandse dorpje Lutjegast. “Susanna, we komen bij jou de foto maken”, belt hij direct zijn dochter om haar voor te bereiden op onze komst. Even later poseert Giovanni trots voor ‘Cucina Susanna’, met op de achtergrond de Italiaanse driekleur. “Als een echte baas”, lachen dochter en schoonzoon in koor. Zoals een levende horecalegende betaamt. Getuige ook één van de kroonjuwelen op de kaart: ‘Don Giovanni’.