Woning voor jonge verstandelijke gehandicapten geopend

opening Hornerhof

“Cliënten? Dat klinkt zo dom”

ZUIDHORN – Met het doorknippen van een lint en het oplaten van tientallen ballonnen werd afgelopen vrijdag de Hornerhof in Zuidhorn feestelijk geopend. Alle bewoners hadden hun beste kleren aangetrokken om familie en vrienden rond te leiden door het nieuwe gebouw. Zo ook de 13-jarige Jos Schuiling, die trots aan zijn familie zijn nieuwe woning liet zien. Eentje die stukken groter is dan de vorige.

De jongeren die in de Hornerhof komen wonen zijn tussen de 12 en 18 jaar oud. Ze hebben een lichte tot middelmatige verstandelijke beperking, waardoor begeleid woning een vereiste is voor het hebben van een goede regelmaat in het leven. Sinds 1 september woont de groep in Zuidhorn, daarvoor was het op de locatie Sintmaheerd in Tolbert. “Er wonen hier nu twaalf jongeren en we hebben nog eens ruimte voor vier logés,” zegt groepsleidster Doetie Gjaltema.

Aan locatiemanager Jelly Bergsma was de eer om de openingswoorden te spreken. “Op Sintmaheerd gaat het allemaal plat om nieuwbouw te plegen. Wij hebben toen gekozen om naar Zuidhorn te gaan. Hier zat eerder al een andere groep van De Zijlen, maar mede met dank aan Wold & Waard is het nu zo verbouwd dat het gebouw wel nieuw lijkt.” Zo zijn alle kamers opgeknapt en hebben de jongeren allemaal hun eigen badkamer. “Heerlijk,” zegt Kim Hoving. Zelf is ze met 18 jaar de oudste van de groep. “Op onze vorige plek hadden we maar twee douches waar iedereen onder moest.” Uiteindelijk wil ze ambulant – deels onder begeleiding – gaan wonen. Om zover te komen wordt in de Hornerhof nog hard geoefend. “Samen doen we van alles. We gaan bijvoorbeeld iedere dag zelf koken. Wat we gaan eten beslissen we met de groep. In onze vorige woning hadden we nog een ‘niet lusten’-lijstje, maar dat is nu taboe. Iedereen moet overal wat van eten, al is het maar voor de smaak.”

Bergsma is zichtbaar trots op de jonge bewoners. “Dit is het resultaat van een jarenlang proces. We wilden graag in de regio blijven.” Een ander verschil met de vorige plek is de grootte van de kamers, welke nu meer oppervlakte hebben. Ook zit de groep nu midden in het dorp, waardoor er veel contact met de buitenwereld mogelijk is. Sommigen fietsen al regelmatig even naar de winkel om iets op te halen.

Eén van de bewoners is Jos Schuiling. Met zijn zus op sleeptouw laat hij graag zijn kamer zien. Jos is ‘nog maar’ 13, maar is al zo’n 1,90 meter lang. “Tegen de zomer hebben ze verteld dat we gingen verhuizen. Het bevalt me hier wel.” Zijn ouders wonen in Veendam, waar hij vrijwel elk weekend naartoe gaat. “Hier ga ik vaak fietsen. Met Robin ga ik dan naar het dorp, dat is wel leuk.” Naast zijn ouders zijn ook zijn vader, moeder, tante en een nichtje meegekomen.

Waar op dat moment geen kinderen zijn, is in het logeerhuis. Deze, vaak zwaarder gehandicapte kinderen, komen pas later op de middag, omdat de drukte voor hun teveel zou zijn. Bergsma: “Ze komen hier zodat we de ouders even kunnen ontlasten. Vaak blijven ze een paar dagen en dan kunnen de ouders weer even helemaal opladen.”

Dan nog even naar de benaming van de groep. Dat Algemeen Directeur Hetty de With ze ‘kinderen’ noemt, vinden ze niet helemaal goed. Daar voelen de meesten zich toch te oud voor. ‘Cliënten’ is ook het verkeerde woord. “Dat klinkt zo dom,” zegt Kim heel eerlijk. “Het lijkt dan net alsof we van alles mankeren en dat is helemaal niet zo.”