Zorg slechter dan vroeger? Pertinente onzin.

Zuidhorn Aardeman

Oud-hoofd verpleging van het Zonnehuis Rieks Aardema:

ZUIDHORN – Bijna dertig jaar werkte hij als ‘hoofd verpleging en opleiding’ in het Zonnehuis in Zuidhorn. Begonnen in 1965, de tijd dat de verpleegprijs nog 27 gulden 50 per dag bedroeg. En een geneesheer-directeur 27.900 gulden per jaar verdiende. De tijd dat psychiatrische patiënten met z’n veertigen tegelijk op een zaal verbleven en één per week gedoucht werden. Rieks Aardema zag de zorg veranderen in 30 jaar. “Je hoort mensen wel eens klagen over de zorg. Dat het er veel slechter voorstaat dan vroeger. Als ik dat hoor, schiet ik in een kramp. Helemaal niet waar. Onzin. De geavanceerde apparatuur en het goed opgeleide personeel dat we nu hebben, was er toen niet. De zorg heeft juist een enorme ontwikkeling doorgemaakt.”
De Zonnehuisgroep beheerst regelmatig het nieuws. Vestigingen die op slot moeten omdat het simpelweg niet meer uit kan door de enorme kaalslag die op dit moment plaatsvindt. De zorgkosten zijn onbetaalbaar geworden. Had je tot voor kort bij indicatie 1,2,of 3 nog recht op een plek in een verzorgingshuis, nu wordt het bij indicatie 4 al lastig om een bed te confisqueren. Bijzonder, vindt Rieks Aardema de ontwikkeling. Zorgelijk ook. “Eerst werd door de overheid gestimuleerd om verzorgings- en verpleeghuizen over te nemen omdat zo iedereen, ongeacht sociale status, verzekerd was van goede zorg, nu wil die zelfde overheid de tehuizen afstoten. Mensen moeten maar zolang mogelijk thuis blijven wonen. Met die ontwikkeling heeft het Zonnehuis ook te maken. Ze kunnen er niets aan doen: beleid van de overheid.”
Aanleiding voor Rieks Aardema’s verhaal is een mail die hij naar de Streekkrant stuurde. Begin augustus werd hij geconfronteerd met een luchtfoto van het Zonnehuis in deze krant, ingestuurd door broer en zus Scheeringa. Dertig jaar historie vlogen door zijn gedachten. Historie die Aardema bewaard heeft in een vuistdikke ordner en een stuk of wat rode mapjes. Nu hij op leeftijd is geraakt, wat kampt met gezondheidsproblemen,
wil hij zijn persoonlijk archief opschonen, typte hij. Mochten we meer willen weten, moesten we maar even contact opnemen.
En omdat de Streekkrant met regelmaat schrijft over de ontwikkelingen binnen het Zonnehuis en het sociale domein, waren we uiteraard benieuwd naar Aardema’s verhaal.
Stapels dossiers, daterend uit 1965, het jaar dat Aardema als 26 jarige jongeman aan de slag ging als afdelingshoofd op het Zonnehuis liggen op de keukentafel. Daarvoor deed hij ervaring op in de psychiatrische zorg bij Licht en Kracht in Assen en later in een Emmer ziekenhuis. Verslagen van stafvergaderingen, uitgewerkt per typmachine, berekeningen voor de personeelsbezetting op de nieuwe beademingsafdeling van het Zonnehuis, documenten over ontwikkelingen binnen het tehuis, huisregels; 30 jaar Zonnehuis Zuidhorn zit keurig gedocumenteerd in een persoonlijk archief.  Ook de officiële staatsdiploma’s voor de opleiding psychiatrie en  verpleegkunde die Aardema behaalde zitten keurig in de map. “Dit is de enige historie die nog over is van het Zonnehuis. Ik ben een beetje de laatste der Mohikanen”, grapt Aardema die van plan is de boel over te dragen aan de Historische Kring Zuidhorn.
“Het Zonnehuis was één van de meest vooruitstrevende verzorgingshuizen in Nederland. Zo beschikten wij in 1983 als allereerste verzorgingshuis over een eigen beademingsafdeling waarmee we patiënten chronisch konden beademen.” Aardema, die zich inmiddels had opgewerkt tot hoofd verpleegdienst en lid was van het managementteam, schreef een plan voor de personele bezetting van de beademingsafdeling. Het plan, tot op de minuut en cent achter de komma uitgewerkt, vormde later de basis voor ziekenhuizen met eenzelfde afdeling. “Een enorme vooruitgang voor onder andere Duchenne-patiënten en mensen met de ziekte van Pompe. Vroeger lagen ze in bed en werden niet ouder dan een jaar of 18. Nu rijden ze met een pomp op de kar naar de Albert Heijn. Ook in de psychiatrische zorg is er een hoop veranderd. Hoog- laag bedden waren er niet. Hoge bedden op poten had je, zonder wielen. Met kribberijders pompten we de bedden omhoog. Met veertig man lagen ze op één zaal. En geen enkele vorm van privacy. Een keer per week werden ze gedoucht. Al die kerels naakt op de gang. Achterelkaar werden ze door de douche heen gejaagd. Ondenkbaar toch? Maar ook rolstoelen had je niet in die tijd. Met kiepkarren (karretjes waar alleen achter wielen zaten, red.) schoven we bewoners naar de huiskamer, waar ze de hele dag bleven zitten. Anders werd het in 1968, toen de AWBZ werd ingevoerd. Er kwamen langzamerhand meer modernere middelen die men niet langer zelf hoefde te betalen. En behalve de enorme ontwikkeling in hulpmiddelen en apparatuur heeft er een zelfde  groei in psychofarmaca (kalmerende medicijnen, red.) plaatsgevonden. Patiënten werden  rustig gehouden met shockkuren en in isoleercellen gestopt. Ik heb het allemaal meegemaakt. Gediplomeerd personeel hadden we –behalve de afdelingshoofden-niet. We werkten met leerlingen en verpleeghulpen. Ook al die verschillende disciplines als psychologen en ergotherapeuten waren er niet. Als mensen dan zeggen: ‘vroeger was alles beter’, zeg ik: weet jij wel hoe het was? Taferelen als in de beroemde film  ‘One Flew Over the Cuckoo’s Nest’. Zorg op derde wereldniveau als je het vergelijkt met nu. Dus kom bij mij niet aan dat vroeger alles beter was.”
Toch heeft Aardema ook een punt van kritiek: de omvangrijke, dure indicatiecommissies die er nu zijn, zonde van het geld. En tijd. “Weet je hoe dat vroeger ging? De huisarts belde met de geneesheer-directeur van het Zonnehuis met de mededeling dat hij een patiënt had die opgenomen moest worden. ‘Aardema’, zei de directeur toen, ‘Wilt u even kijken bij de patiënt thuis?’ Als ik vond dat opname noodzakelijk was, stond er de volgende dag een bed. Dat was onze indicatiecommissie. Nu wordt er eindeloos gekletst.”
Terwijl Aardema in de dossiers zit te bladeren vist hij er een brief van de directie van het Zonnehuis tussenuit. 6 juli 1978. Een reactie op een verzoek van de actiegroep die de temperatuur waarbij de panty’s uit mogen wilde verlagen van 25 graden naar 21 graden en of ze gedurende zomermaanden juni, juli en augustus ‘niet behoeven te worden gedragen’. Het antwoord luidt: ‘De hoofden van dienst hebben besloten dat ze uit mogen bij warm weer. Ten aanzien van het schoeisel hebben wij besloten dat schoenen (bruin of zwart) met open hielen en dichte tenen zijn toegestaan, wanneer geen panty’s behoeven te worden gedragen. De directie.’ Aardema schiet in de lach bij het voorlezen van het briefje. “Hier, ook zoiets: ‘De meisjes boven de 21 jaar mogen bezoek van heren ontvangen op hun eigen kamer tussen 19:00-22:30. De meisjes beneden de 21 jaar mogen alleen hun officiële verloofde op de kamer ontvangen. Ander herenbezoek is niet toegestaan. Ook geen colporteurs.” ‘Het niet houden aan deze voorschriften kan dwingende corrigerende maatregelen ten gevolge hebben’, valt helemaal onderaan het document te lezen. Het zijn enkele van de vele  huisregels van het Zonnehuis, gedateerd 15 november 1977.  Tijden zijn veranderd. Maar dat het Zonnehuis voor die tijd al een van de grootste en meest gespecialiseerde verpleeghuizen van ons land was, is duidelijk wanneer je het archief van Aardema bestudeerd. Vele publicaties in medische vakbladen, grootse artikelen in het –toen nog- Nieuwsblad van het Noorden. Aardema koestert vooral warme herinneringen. “Ik heb er mijn vrouw ontmoet. Toen ik afdelingshoofd was, werkte er een leerling ziekenverzorgster op de afdeling. Stiena Breedveld. Ik heb er nog de beoordelingslijsten voor opgemaakt. Allemaal achten.”