Inwoners Aduard hijsen Nederlandse én Canadese vlag

0
103

“We moeten nooit vergeten dat de Canadezen een grote rol hebben gespeeld bij onze bevrijding”

ADUARD – Afgelopen week was het maar liefst 75 jaar geleden dat de verschillende dorpen in de gemeente Westerkwartier werden bevrijd. Vele inwoners van het Westerkwartier stonden daarom stil bij de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding. Omdat er, in verband met het coronavirus, geen activiteiten mogen plaatsvinden, werd er op een andere manier aandacht besteed aan de bevrijding. In vele dorpen werd de Nederlandse vlag gehesen, zo ook in Aduard. Bij het huis van Kornelis Holtrop (79) hing er, naast de Nederlandse vlag, echter nog één: de Canadese vlag. En niet zomaar een Canadese vlag, maar eentje voorzien van handtekeningen van Canadese veteranen.

“Die Canadese vlag heb ik al jaren”, vertelt Holtrop. “Die heb ik zelf ooit gekocht toen ik voorzitter was van de Oranjevereniging Aduard. Toen in 1995 het bevrijdingsfeest groots gevierd werd, hebben Canadese veteranen, die hier toen op bezoek waren, hun handtekeningen erop gezet. Het zijn de veteranen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in en rondom Aduard hebben gevochten en het dorp ook hebben bevrijd. Het is prachtig dat ik deze vlag met hun handtekeningen nog altijd heb. Op 16 april, de dag dat Aduard de bevrijding viert, hang ik steevast de Nederlandse én Canadese vlag uit”. Zelf was Holtrop vier jaar oud toen Aduard werd bevrijd. Door de vele verhalen, die hij onder andere heeft meegekregen als voorzitter van de Oranjevereniging Aduard, weet hij veel van de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding. Ter gelegenheid van ’75 jaar vrijheid’ ging de Streekkrant met Holtrop in gesprek over de oorlogstijd en de bevrijding. Dit verhaal is gebaseerd op het verslag dat Zwaantje Oosterhoff in 1995 heeft geschreven.

“Op 10 mei 1940 hoorden de bewoners van Aduard in de verte de pogingen van de gemobiliseerde Nederlandse troepen om de Duitsers uit ons land te weren. Een paar dagen later bleek dat het niet mocht baten. De bezetting was een feit”, begint Holtrop zijn verhaal. “De eerste confrontatie met de oorlog, die eigenlijk iedereen betrof, was de oproep voor de ‘arbeitseinsatz’. Deze oproep had tot gevolg dat veel, heel veel mannen een onderduikadres opzochten. Dit had tot gevolg dat vaak zelfs de achterblijvende vrouwen en kinderen niet eens wisten waar hun man of vader was. Dit had als voordeel dat men in geval van een razzia of huiszoeking de waarheid sprak wanneer je zei dat je niet wist waar je echtgenoot of vader was. In het dorp werden zes Duitse soldaten ingekwartierd. Zij moesten Aduard beschermen”.

Ondanks het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog ging het leven in Aduard ‘gewoon’ door. Terwijl verschillende levensmiddelen op de bon gingen, werd honger niet geleden. Boeren rondom het dorp stonden namelijk wel eens wat minder af aan de Duitsers, waardoor de eigen bevolking voldoende eten had. “Dan waren er ook nog de overvliegende bommenwerpers, die voor de nodige angst zorgden”, vertelt Holtrop. “Hoewel Aduard nooit met een echt bombardement is geconfronteerd, verdwaalde er nog wel eens een bom door de boven het dorp uitgevoerde luchtgevechten. De dorpsbewoners lagen dan te trillen van angst in bed”. Op een boerderij in Aduard is eens een zware bom neergekomen. De bewoners overleefden de inslag ternauwernood. Ook is er, volgens het verhaal van Oosterhoff, eens een fosforbom in het dorp neergekomen. “Die bom is wonderbaarlijk genoeg niet ontploft. Het werd bij toeval ontdekt en direct onschadelijk gemaakt. Het zou een gigantische ravage hebben kunnen veroorzaken om maar niet te spreken over het menselijk leed”.

Zoals altijd vatte de jeugd de situatie anders op dan volwassenen. In haar verslag van 1995 schrijft Oosterhoff: “Er werden onderweg naar de huishoudschool in Zuidhorn liedjes gezongen met teksten als: ‘In die heldere maneschijn, bombarderen we Berlijn en dat vinden we zo fijn’. Eén van de favoriete liedjes was: ‘Und wir fahren gegen England’, maar dan in een andere versie van de oorspronkelijke. Deze eindigde namelijk met de woorden ‘ploem, ploem’, wat zoveel betekende dat alle Duitse soldaten halverwege zouden verdrinken”.

Holtrop: “Oosterhoff schrijft dat er in de winter van 1945 onrust heerste in Aduard. Er klonk het geronk van een overvalwagen en hij stopte voor de gereformeerde pastorie. Men was eerst bang dat de dominee zou worden opgepakt. Een schallende stem schreeuwde: ‘Hier is de auto met Haagse kinderen’. De dominee, die weer uit zijn schuilplaats tevoorschijn was gekropen, kwam samen met zijn vrouw opgelucht naar buiten. Zij ontvingen de uitgehongerde en oververmoeide kinderen. De kinderen werden liefdevol opgevangen door Aduarders. Diezelfde winter kwamen er nog regelmatig vrachtauto’s uit het westen des lands met ondervoede kinderen”.

De laatste dagen van de oorlog waren vol hoop en verwachting voor de inwoners van Aduard. De Duitsers en NSB-ers werden nu wel heel nerveus. “In het dorp was de strijd om Groningen duidelijk hoorbaar”, vertelt Holtrop. “De bombardementen aldaar bezorgden de dorpsbewoners weer grote angst. Wat zou hen nog te wachten staan voordat de Duitsers dan eindelijk verslagen zouden worden?” Op zondag 16 april was het werkelijkheid. Plotseling reden er Canadese Jeeps door de Aduarder straten. “De bevrijders werden met luid gejuich ontvangen”, vertelt Holtrop. “De mensen vlogen elkaar in de armen, dansten en zongen: ‘Oranje boven, Oranje boven, leve Willemien’. Alles wat dan ook maar een beetje in de kleuren rood-wit-blauw en oranje was te vinden, na die vijf donkere jaren, werd uit de kast gehaald. Vreugdevuren werden ontstoken en het muziekkorps speelde weer”.

Naast bovengenoemde feestelijkheden werden ook families weer herenigd, doordat de onderduikers uit hun schuilplaatsen konden komen. Oosterhoff schrijft: “Het was voor mensen een blij weerzien. De weken daarna bleef het feestvieren doorgaan. Er werden dankdiensten gehouden in de kerken. Het was één groot feest. Zelfs de zon leek uitbundiger te schijnen dan het in al die donkere jaren gedaan had”. Deze blijde dag had echter ook een keerzijde. Als een kat in het nauw gedreven, schoten de op ‘hun terugtocht zijnde Duitsers’ nog drie jonge verzetsmannen dood. “Er ontstonden volksgerichten, mensen die ‘fout’ waren geweest, werden onder handen genomen”, vertelt Holtrop. “De emoties in het dorp waren al die jaren zo opgekropt dat men de beheersing tegenover de ‘foute’ mensen verloor”.

De oorlog heeft ook in Aduard veel slachtoffers geëist. Het monument op het Kaakheem is daar nog altijd een stille getuige van. De namen van de vermoorde joden, verzetsstrijders en de mensen die op het verkeerde ogenblok op de verkeerde plek waren, staan daar als een waarschuwing tegen het kwaad dat altijd op de loer ligt. Ook in deze tijd. Hoewel er dit jaar geen fysieke herdenking plaats kan vinden op 4 mei, wordt er toch stilgestaan bij de oorlog en de bevrijding. Zo hingen de inwoners van Aduard afgelopen donderdag dus hun vlag uit en ook op 4 mei zal heel Aduard ongetwijfeld twee minuten stil zijn. Op 5 mei wordt wederom de vlag gehesen om de bevrijding van Aduard, en de rest van Nederland, te vieren.

Vele inwoners van Nederland, en dus ook van Aduard, zijn de Canadese soldaten altijd nog ontzettend dankbaar. Niet voor niets hangt Holtrop jaarlijks ook de Canadese vlag uit, wanneer er stil wordt gestaan bij de Tweede Wereldoorlog en bevrijding. Ook Rien Geertsema-Buist zal de Canadese soldaten nooit vergeten. “Jaren geleden, toen we in Nederland stil stonden bij 50 jaar vrijheid, was er een groot feest in Groningen”, vertelt Geertsema-Buist. “Ook de veteranen uit Canada, die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in Aduard hebben gevochten, waren hier toen aanwezig. Zij wilden niet in een hotel slapen, maar bij inwoners thuis. Op deze manier voelden zij zich ontzettend betrokken bij de bevolking”. Verschillende inwoners van Aduard namen Canadese veteranen in huis. Ook het gezin van Geertsema-Buist deed dat. “Er hebben in dat jaar twee veteranen bij ons geslapen. Met hen heb ik contact gehouden tot hun overlijden. Zelf zijn wij ook eens in Canada geweest om hen op te zoeken. We moeten nooit vergeten dat de Canadezen een grote rol hebben gespeeld bij onze bevrijding”, aldus Geertsema-Buist.

Zelf was Geertsema-Buist drie jaar oud toen Aduard werd bevrijd. Veel van die dag weet ze daarom ook niet meer. “Ik weet alleen nog dat ik op een versierde wagen mocht staan en dat ik rood-wit-blauwe kleding aan had. Maar ik was te jong om alles mee te krijgen. Inmiddels zijn vele mensen die de oorlog bewust hebben meegemaakt al overleden. Het is echter ontzettend belangrijk om jaarlijks te denken aan hen die voor onze vrijheid hebben gevochten”, besluit Geertsema-Buist.