“Mijn leven bestond voornamelijk uit overleven, maar ik begin inmiddels voorzichtig te leven”

Trauma’s en herhalingen zijn rode draad in het leven van Gabrielle Jansen

ZUIDHORN – Het huis van Gabrielle Jansen in Zuidhorn is zeer waarschijnlijk een van de meest vrolijke woningen in heel het land. Alle kleuren van de regenboog zijn in de inrichting van het huis verwerkt. En dat is best gek. De heldere kleuren stralen namelijk vrolijkheid uit en dat heeft Gabrielle in een groot deel van haar leven amper meegemaakt. Haar leven is gevuld met vele trauma’s, waar meerdere boeken over geschreven kunnen worden. De inwoner van Zuidhorn lijdt aan CPTSS (complexe posttraumatische-stressstoornis), maar staat ondanks dat inmiddels positief in het leven. “Ik heb veel meegemaakt in mijn leven, maar probeer er nu het beste van te maken. Al het negatieve maakt voorzichtig plaats voor de positieve dingen in het leven”, aldus de inwoner van Zuidhorn.

Gabrielle is geboren in Apeldoorn en is een kind van getraumatiseerde ouders. Dat haar leven anders zou zijn dan dat van vele anderen, was al vrij snel duidelijk. “Ik heb een oudere broer en zus die respectievelijk dertien en elf jaar ouder zijn dan ik”, vertelt Gabrielle. “Ik was dus een nakomelingetje. Mijn ouders hadden daarvoor twee doodgeboren kindjes gekregen en het advies van de artsen was ook om geen kinderen meer te krijgen. Echter wilden ze het heel graag en dat is dan ook gebeurd. Bij de bevalling is mijn moeder zelfs bijna overleden. Het was op z’n zachtst gezegd een niet al te beste start van mijn leven”. Ondanks de problemen bij de geboorte probeerde Gabrielle het beste van haar leven te maken. Ze was, volgens de verhalen, een vrolijk, pittig peutertje, die wist wat ze wilde. “Ik omarmde het leven, maar het leven omarmde mij niet”, gaat ze verder. “Als kind was ik ontzettend eenzaam. Doordat mijn broer en zus vroeg het huis uit gingen, had ik het gevoel dat ik enig kind was”.

Leven in eenzaamheid en fantasie
En die eenzaamheid speelde een grote rol in het leven van Gabrielle. Bij haar ouders kon ze namelijk ook niet terecht met haar verhalen en problemen. “Mijn moeder was een beetje een ijskoningin”, zegt Gabrielle. “Ze toonde nooit emoties. Als ik ergens last van had, zei mijn moeder: ‘Stel je niet aan, het kan altijd erger’. Op dat moment begreep ik dat niet, maar inmiddels wel. In haar jeugd is ze meermaals verkracht door militairen. Zij had, net als ik nu heb, ook behoorlijke trauma’s”. Door deze reden zocht Gabrielle nooit troost bij haar moeder. Bij haar vader hoefde ze dat ook niet te proberen, want daar was ze behoorlijk bang voor. “Hij was heel onheilspellend”, gaat Gabrielle verder. “Een heel emotioneel labiel persoon. Hij had daarnaast een beetje een ‘militaire’ opvoeding voor zijn kinderen. Hij zei ook altijd: ‘Het leger heeft mij geleerd het leven te leven’. Ik was als kind heel gevoelig en dat was mijn vader ook. Dat moet hij gezien hebben in mij en daar wilde hij waarschijnlijk wat aan doen. Anders zou ik het niet redden. Als hij boos werd, dan was hij ook echt boos. Ik heb dan ook wel eens klappen gehad, maar ben vooral slachtoffer geworden van psychische mishandeling en emotionele verwaarlozing”.

Door de problemen voelde Gabrielle zich nergens thuis. Ze was nooit relaxed en had altijd pijn in haar buik. “Ik zocht dingen om me veilig te voelen en was daarom bijna altijd op mijn slaapkamer. Hier creëerde ik dan mijn eigen fantasiewereld. Een wereld met veel kleuren en vrolijkheid. Dat was voor mij noodzakelijk en was een gevolg van de pijn die ik had. Ik probeerde mijzelf materieel te verwennen. Dat had ik nodig. Ik heb, toen ik wat ouder werd, zelfs wel eens dingen gestolen, omdat ik de perfecte wereld voor mijzelf wilde creëren. Ik schreef in mijn dagboeken dat ik ooit gered zou worden door een brandweer- of politieman. Dat hij verliefd op mij zou worden en met mij zou trouwen. Dat was mijn grote droom”.

Seksueel misbruik
De buitenwereld werd voor Gabrielle steeds meer een angst en onveiliger. Op school werd ze behoorlijk gepest en bij haar ouders voelde ze zich tevens niet veilig. Ze zocht ook buitenshuis naar ‘eenzame plekken’, waar ze zichzelf kon zijn. “Dat leidde ertoe dat ik met verschillende, rare mannen in aanraking kwam”, vertelt Gabrielle. “Als kind ben ik meermaals misbruikt door diverse, volwassen mannen. Ik had vroeger, toen ik een jaar of veertien was, een verzorgpaard op een boerderij staan en daar kwam ook regelmatig een hoefsmid. Het was een hele aardige man, waar ik de aandacht van kreeg die ik zo erg nodig had. Ik mocht mee naar draverijen en daar ging een wereld voor me open. Ik ging met hem uiteten en mocht zelfs alcohol drinken. Ik wist niet wat me overkwam, zo geweldig was het”. Dat gevoel veranderde echter na een aantal keer afspreken. “Toen ik me helemaal op mijn gemak bij hem voelde, greep hij zijn kans. We gingen naar een eenzame plek en daar moest ik verschillende seksuele handelingen verrichten. Zelf wist ik toen nog niet eens wat seks was”.

Bovengenoemde verhaal is slechts een voorbeeld van de verschillende seksuele aanrandingen waar Gabrielle in haar leven mee te maken heeft gehad. Zo is er onder meer het een en ander gebeurd bij het fruit plukken in de boomgaard en op een afgelegen plek bij het IJsselmeer. “Door deze gebeurtenissen ging ik me nog onveiliger voelen en trok ik me steeds meer terug op mijn kamer. Hier werd ik zelfs depressief. Dit kwam mede door het feit dat ik mijn verzorgpaard verloor en dat ik anorexia kreeg. Ik dacht aan de dood, dat was voor mij op dat moment een uitweg”. Op den duur zorgde haar vader er notabene voor dat Gabrielle weer ging eten. Haar lichaam vormde zich toen ook van meisje tot vrouw. En dat was voor Gabrielle een geweldig gevoel. “Ik werd nagefloten en kreeg veel belangstelling van mannen. Op dat moment ben ik ook mijn lichaam gaan weggeven. Ik verwarde het met liefde”.

Huwelijk als uitweg
Gabrielle ontvluchtte haar depressieve leven door het op zoeken van seks, alcohol en haar fantasiewereld. Totdat op haar 21e haar buurjongen verliefd op haar werd. “Dat is het”, dacht ik op dat moment”, zegt Gabrielle. “Ik ben met hem getrouwd en dat was voor mij de oplossing om het huis uit te gaan. Wat ik op dat moment nog niet wist, was dat het allemaal nog veel erger zou worden”. Op de dag van het huwelijk was Gabrielle doodongelukkig en dat ontwikkelde zich steeds verder door de jaren heen. “Ik heb er echt geprobeerd het beste van te maken, maar al vrij snel kwam de depressie weer naar boven. Ik ben veel alcohol gaan drinken en verloor mezelf op den duur weer in de fantasiewereld. Dat komt omdat ik niet gelukkig was”.

Gabrielle wachtte weer op haar redder en alles begon weer van voor af aan. Tevens bedacht ze andere manieren om van haar leven te ontsnappen. “Zo ben ik toen ook voor het eerst mijzelf pijn gaan doen. Ik dacht weer na over de dood en besloot toen eveneens om een zelfmoordpoging te doen. Ik had een jaar lang medicatie gespaard en heb op de avond van mijn poging dit ingenomen met een liter alcohol erbij. Ik had een mooie nachtjapon aangetrokken en was tevens mooi opgemaakt. Ik wilde er vredig uitzien voor als ik werd gevonden”. De zelfmoordpoging van Gabrielle slaagde echter niet. Ze werd namelijk wakker op de Intensive Care. “Dat was echt verschrikkelijk. Mijn vader had me gevonden, omdat hij van mijn echtgenoot hoorde dat ik nog lag te slapen. Hij vertrouwde het niet en kwam daarom een kijkje nemen. Als hij een uur later was geweest, hadden ze niks meer voor mij kunnen betekenen”.

De mallemolen van de psychiatrie
Na de zelfmoordpoging moest Gabrielle naar een gesloten afdeling, waar ze terechtkwam in een therapeutische gemeenschap. In die periode ging ze ook bij haar echtgenoot weg. “Hij kon het niet meer”, zegt ze. “En dat kon ik heel goed begrijpen. Zelf was ik ook niet gelukkig, dus had ik er wel vrede mee”. Na de scheiding begon voor Gabrielle eveneens ‘de mallemolen van de psychiatrie’. Ze kwam terecht bij verschillende instellingen, maar daar werd ze niet behandeld waar ze voor zat. “Ik wist niet wat ik had en dat wisten de artsen ook niet. Telkens begon alles weer opnieuw. Ik kreeg relaties, ging op zoek naar mijn redder en sneed mijzelf ook weer. Ik wilde dood of de goeie hulp krijgen”. Dat zei Gabrielle ook tegen haar psychiater. Die wist dat het niet langer zo kon en liet haar daarom opnemen in het psychiatrisch ziekenhuis. “Daar ben ik heel goed geholpen”, vertelt Gabrielle. “Er waren hele lieve verpleegkundigen en het voelde echt als een grote familie. Ik kon er echt mezelf zijn”.

Haar tijd in het psychiatrisch ziekenhuis beschrijft Gabrielle als ‘de hel of de hemel’. De hemel omdat ze er goed geholpen werd, maar de hel omdat ze ‘ongelofelijk genaaid’ is door een verpleegkundige. “Ik kreeg een vaste verpleegkundige en hij zocht vanaf dag 1 contact met mij. Het was een knappe man en ik dacht weer dat het mijn redder zou zijn. Ik werd verliefd en kreeg een obsessie voor hem. Ik had tevens het idee dat hij ook verliefd op mij was. Dat had hij nooit gezegd, maar dat voelde ik”. Echter was de verpleegkundige volgens Gabrielle ook bot en dominant. Daarom durfde ze niet eerlijk over haar gevoelens te zijn tegenover hem. “Ik ging mijzelf meer snijden als hij aan het werk was. Hij mocht me dan behandelen en op die manier probeerde ik hem uit te dagen”. Op den duur vertelde Gabrielle toch dat ze verliefd op hem was. Dat voelde hij, maar hij liet Gabrielle weten dat dit geen consequenties zou hebben voor het contact. “Ik beloof je dat ik je niet in de steek zal laten”, waren volgens Gabrielle de letterlijke woorden van de verpleegkundige. “Maar na enkele maanden gebeurde dat toch en toen ging het voor mij weer helemaal mis. Ik was ontzettend boos op hem. Hij was weg, maar niemand gaf mij een reden waarom. Ik snap dat hij niets met mij kon krijgen, maar ik neem het hem behoorlijk kwalijk dat hij zijn beloftes niet na is gekomen, niet eerlijk is geweest en ik geen uitleg kreeg van het behandelteam”.

Van voor af aan 
In 1993, toen Gabrielle 31 jaar oud was, mocht ze weg uit de inrichting. Ze leerde verschillende mensen kennen, bij wie ze tevens mocht komen wonen. Bovendien kreeg ze een nieuwe vriend die bij haar in kwam wonen. “Het was een foute man en dat bleek op den duur ook wel”, zegt Gabrielle. “Zomaar ineens was hij er vandoor en bleef ik daar alleen achter. De vrouw bij wie ik woonde, zette mij op den duur ook uit huis. We hadden een ruzie gehad om geld en ze zag geen andere oplossing om mij eruit te zetten”. De schoonouders van de vrouw waar Gabrielle woonde, woonden naast haar. Zij zagen het allemaal gebeuren en daar kon Gabrielle een tijdje bij intrekken. “Maar ook daar gebeurde weer hetzelfde”, zucht ze. “Ik werd verliefd op een jongen uit Groningen en trok op een gegeven moment bij hem in. Ik dacht weer: ‘Zal hij dan de redder zijn?’. Maar dat was ook niet het geval. Hij was agressief en heeft mij fysiek mishandeld. Op een avond heeft hij mij aan mijn haren uit bed getrokken en heeft hij mij letterlijk uit zijn huis gegooid. Alles herhaalde zich steeds weer”.

Nadat Gabrielle weer verschillende vriendjes heeft gehad en wegging bij een ‘pathologische leugenaar’, was ze klaar met mannen. Ze wilde geen kerel meer, maar toch kwam ze iemand tegen. “Ik zag een man die in het park liep met zijn hond”, vertelt Gabrielle. “We raakten aan de praat en we hadden het heel gezellig. We besloten om samen een kopje thee te drinken bij hem thuis. Aan de eettafel werd hij geëmotioneerd door mijn verhaal en ik werd geraakt door zijn empathie. Hij werd op den duur verliefd op mij, maar ik niet op hem. Dat zei ik ook eerlijk tegen hem en dat accepteerde hij. “Het duurde echter niet lang totdat Gabrielle ook daadwerkelijk gevoelens voor hem kreeg. Ondanks dat ze zich had voorgenomen om geen man meer in haar leven toe te laten, kregen de twee toch een relatie. “En na zes maanden zijn we ook getrouwd. We hebben samen een huis gekocht in Zuidhorn en sindsdien woon ik ook hier in het dorp”.

De diagnose
In al die jaren liep Gabrielle nog steeds rond in de psychiatrie. Na een huwelijk van tien jaar kon ook Gabrielle haar laatste echtgenoot het niet meer aan en wilde hij van haar scheiden. “Het ging al een tijdje niet meer goed en hij besloot dat hij niet meer verder wilde”, legt Gabrielle uit. “Eerst was ik het er niet mee eens, maar achteraf ben ik hem dankbaar. Anders had ik namelijk wederom een ongelukkige relatie gehad”. Gabrielle had in die tijd gesprekken met verschillende therapeuten. Hier werd toen voor het eerst het woord ‘trauma’ genoemd, als probleem van Gabrielle. In Beilen werd niet veel later de diagnose CPTSS gesteld. “Ik kwam toen terecht bij het traumacentrum en daarom kreeg ik eveneens een urgentie voor nieuwe huisvesting. Hierdoor kreeg ze al vrij snel een woning toegewezen in Zuidhorn. “Sindsdien sta ik eigenlijk zelfstandig in het leven en ben ik een behoorlijke levenservaring rijker. Ik heb sinds een aantal jaren een missie, waarmee ik CPTSS op de kaart wil zetten. Er zijn meer mensen zoals ik en ik vind dat zij op de juiste manier geholpen moeten worden. Daar zet ik mij heel hard voor in”.

Foute fotograaf
Een aantal jaren geleden ontmoette Gabrielle tevens een fotograaf die haar wilde helpen met haar missie. Volgens de Zuidhorner was dit echter een behoorlijk ‘foute’ fotograaf. “Hij zocht  kwetsbare vrouwen om hen seksueel te misbruiken en mee te slepen in de pornografie”, zegt Gabrielle. “Hij maakte foto’s en films van mij en op den duur werd ik helaas weer verliefd. Echter had hij gewoon een vriendin. Ik voelde wel dat het niet klopte en ook mijn omgeving zag dat. Ik moest bij hem weg, maar dat kon ik niet, mede door mijn missie”. Gabrielle wilde daarom wederom vluchten middels zelfmoord. Voor het eerst in haar leven schreef ze een afscheidsbrief, die ze in de brievenbus gooide bij iemand die ze kende. “Op blote voeten ben ik toen in de kou naar een eenzame plek hier in Zuidhorn gegaan”, zegt ze. “Ik heb een hoop pillen genomen, alles nat gemaakt en ben in het water gaan liggen. Ik begon op den duur ook te huilen van de kou. Ik wilde door onderkoeling sterven”. Maar de zelfmoordpoging mislukte ook dit keer. Gabrielle werd wakker in het ziekenhuis. “Ik weet alleen dat ik door de politie daarheen ben gebracht. Hoe ik ben gevonden? Dat weet ik tot op de dag van vandaag niet”.

Toen Gabrielle uit het ziekenhuis kwam, begon alles wederom van voor af aan. Nu kwam ze terecht in het crisiscentrum, maar wel was ze nu af van ‘haar’ fotograaf. Tevens deed ze aangifte van de fotograaf. “Door een van de rechercheurs, die bij het onderzoek betrokken was, ben ik vervolgens aangerand. Hij wurmde zich in mijn privéleven en door hem ben ik ook behoorlijk gemanipuleerd en aangerand. Ook daarvan heb ik aangifte gedaan, maar ondanks dat de recherche heeft toegegeven dat er een strafbaar feit is gepleegd, is de desbetreffende rechercheur niet vervolgd. Echter was het zijn woord tegen het mijne. Een half jaar geleden is de zaak, vanwege onvoldoende bewijs, geseponeerd”. Toch is de Zuidhorner blij dat ze de afgelopen jaren meer voor haarzelf is opgekomen. “Als kind moest ik alles maar ondergaan, maar dat doe ik nu niet meer. Ik kan niet tegen onrecht. Als mij iets wordt aangedaan, heb ik nu de keus om daar iets mee te doen”.


Verschillende fragmentatietypes 
Gabrielle heeft, tijdens haar traumabehandeling in Leeuwarden, behoorlijke stappen gemaakt. Ze weet dat ze lijdt aan CPTSS en fragmentatie. Dat laatste houdt in dat ze door het hier en nu getriggerd wordt, waardoor haar getraumatiseerde kinddelen naar boven komen. “Dat kan door van alles zijn”, zegt Gabrielle. “Door de geur, door iets wat ik zie of door bepaald woordgebruik. Ik heb vier verschillende fragmentatiedelen, die ik allemaal een naam heb gegeven. Lola is het meisje die het leven leuk vindt, maar het leven haar niet. Maria is het depressieve meisje die boven op haar kamer zit. Lolita is de jonge vrouw die haar lichaam weggeeft en Robin is een beetje de spil van alles en ook erg boos is. Het kan zomaar gebeuren dat ik in een van deze fragmentaties schiet”. Deze verschillende soorten van fragmentatie zijn gebaseerd op de trauma’s van Gabrielle. Toch is dat slechts een klein deel van haar leven. “Twintig procent van het verleden weet ik nog. Dat zijn onder andere ruzies, agressie in huis, ongelukken die in mijn omgeving zijn gebeurd en het seksueel misbruik. Die andere tachtig proces zijn waarschijnlijk nog veel ergere trauma’s volgens deskundigen, maar daar weet ik helemaal niks meer van”.

Licht in het donkere leven
Op dit moment gaat het, ondanks de stoornis van Gabrielle, een stuk beter met haar en staat ze positief in het leven. Dat is ook te zien aan het huis waarin ze woont. “Mijn huis staat vol met vrolijke, kleurrijke dingen, zoals ik alles vroeger ook voor me zag. Ik heb lang genoeg in het donker geleefd en wil nu in alle kleuren van de wereld leven. Het is een beetje mijn fantasiewereld. Ik kan, vanwege CPTSS, slecht tegen licht, maar inmiddels heb ik de gordijnen zelfs weer een beetje open”. Gabrielle leeft nog wel altijd heel geïsoleerd. Ze heeft twee vrienden waar ze contact mee heeft, maar komt alleen buiten voor het uitlaten van de honden en het doen van de boodschappen. “Mijn leven bestond tot nu toe voornamelijk uit overleven, maar ik beging nu voorzichtig te leven. Tuurlijk zijn er ook wel slechte dagen, maar over het algemeen gaat het goed met me. Ik voel me hier heel veilig, fijn en gelukkig. Een slecht gevoel heb ik meestal maar tijdelijk. Ik vind het heerlijk om zelf de regie te hebben en geloof in mijzelf. Ik ben er ook van overtuigd dat alle mensen bepaalde krachten hebben, waarvan ze zelf denken dat ze die niet hebben. Ze zijn wellicht verborgen, maar men kan die zelf zoeken. Als ik het kan, kan een ander dat ook”.

Door alles wat Gabrielle heeft meegemaakt, weet ze inmiddels redelijk hoe ze met haar stoornis om moet gaan. Als geen ander kan ze dit aan lotgenoten uitleggen. “Ik ben daarom gestart met een missie om aandacht te vragen voor CPTSS. We willen blijvende aandacht vragen voor de ellendige toestand binnen de GGZ. Dat gaat namelijk absoluut niet goed. CPTSS moet een gezicht krijgen en daar ben ik vrij druk mee. Zo ben ik onder andere bezig met een boek over fragmentatie en probeer ik dit ook te verwerken in kunst. Bovendien wordt er momenteel een documentaire over mijn leven gemaakt door Rianne Aalbers en Joël Werleman. Rianne studeert aan de TV-academie in Amsterdam en Joël maakt de muziek voor onder de documentaire. Beide zijn heel nieuwsgierig naar mijn leven”. Mensen vragen zich vaak af waar Gabrielle haar kracht vandaan haalt, na alles wat ze mee heeft gemaakt. Dit vindt ze vooral bij God. “In 2014 ben ik uitgenodigd voor een doop in de kerk en tijdens deze doop voelde ik een arm. Ik werd aangeraakt door God. Hij liet me iets zien en daar moest ik ontzettend van huilen. Sindsdien ben ik gelovig. Ik ga niet naar de kerk, maar Hij helpt me wel. Dat weet ik, want hij doet het elke keer weer”, aldus Gabrielle.

Op haar website www.decreased-innocence.nl deelt Gabrielle regelmatig verhalen over haar leven en dat van lotgenoten. Ook meer informatie over haar missie is hierop te vinden. Hiervoor krijgt ze tevens veel hulp van Dymph Dressen-Moons. “Zij helpt mij al jaren en daarvoor ben ik haar natuurlijk ontzettend dankbaar”, besluit Gabrielle.