Zuidhorn krijgt een eigen buurtschap

“Dit is van toegevoegde waarde voor het dorp en de omgeving”

ZUIDHORN – Nog dit jaar moet de schop de grond ingaan op het weiland achter De Gast in
Zuidhorn. Met als doel een Buurtschap te realiseren; vijftien zelfstandige wooneenheden die gezamenlijk eigenaar worden van de grond eromheen. Zij hebben een eigen voordeur, eigen kavel, maar ook een gezamenlijk buurthuis. Een plek waar ze samen gebruik van kúnnen maken, want “niks is verplicht”. Voor initiatiefneemster Toos Zeelenberg dé kans om oud te worden op de plek waar ze zoveel van houdt.

Toos, Rizoem (bureau voor projectontwikkeling) en zoon Koen Bolt zijn inmiddels al heel wat jaren met deze hersenspinsel van haar bezig. Het is zes jaar geleden als haar man komt te overlijden. “Toen we hier kwamen te wonen, meer dan dertig jaar geleden en begrepen dat ook het weiland erbij hoorde”, vertelt Toos, “grapten we al dat we daar later met vrienden zouden gaan wonen.” Ze woont al meer dan dertig jaar aan De Gast. “Voor mij is dit het mooiste huis uit Zuidhorn. Ik hou ontzettend veel van dit huis. Maar voor mij alleen is het veel te groot. Een huis gebouwd in 1893 kun je in je eentje niet onderhouden.”

Een jaar of vijf geleden kwam ze met het idee van de Buurtschap. Ook Koos Roorda, die eigenaar is van het aangrenzende stuk weiland, was meteen enthousiast om samen te gaan ontwikkelen. Ze stapten samen het proces in om te zien of de droom realiteit kon worden samen met Rizoem en De Unie Architecten. Koen kon zijn moeder goed ondersteunen. “Het wijzigen van een bestemmingsplan kost tijd, helemaal als je zelf met het initiatief komt”, vertelt hij. “In dit geval wilden we voor elkaar krijgen dat grasland bebouwd en bewoond mag worden. Dat is een heel traject. Daar kwam bij dat de gemeente zelf ook bezig was een visie te ontwikkeling voor deze hele streek.” Die visie ging uiteindelijk de ijskast in en de Buurtschap kreeg groen licht. “Ik zie steeds meer particulier opdrachtgeverschap”, vertelt Koen. “Gemeenten reserveren hier soms zelfs ruimte voor. De overheid loopt hierin niet achter de feiten aan, maar wil graag faciliteren.” Ook gemeente Westerkwartier is enthousiast. “We hoefden ze niet te overtuigen van wat we willen. Ze hadden ook zelf voor ogen om bijzondere woonvormen mogelijk te maken. Ze wilden iets anders dan standaard.”

Anders dan standaard wordt de Buurtschap zeker. Negen woningen en zes appartementen worden er gerealiseerd. “Iedereen heeft een eigen kavel, een eigen voordeur en eigen installaties. Daarnaast zijn alle bewoners gezamenlijk eigenaar van het totale perceel. In het midden wordt een erf gerealiseerd, daar is ieder zijn voordeur op gericht. Op het erf heb je de interactie met je buren, aan de achterkant heb je een eigen veranda; dat is je stukje privé”, vertelt Koen. De inrichting van de grond is geheel gemeenschappelijk, waarbij wonen in het groen één van de duidelijke subthema’s is. De totale oppervlakte van 7500 m2 komt neer op zo’n 500 m2 per wooneenheid wat volgens Toos een echte “luxe met elkaar” is. Het is niet de bedoeling dat ieder een eigen tuintje aanlegt. “Je kunt niet zomaar een hekje plaatsen, dat zou heel lelijk zijn. Maar als iedereen een moestuin wil op het erf, dan kan dat samen gerealiseerd en onderhouden worden.” Er komt ook een gezamenlijk buurthuis. “Daarin onder andere een buurthuiskamer waarvan je gebruik kúnt maken en een gemeenschappelijke studio om gezamenlijk te benutten als logeerkamer.”

“Niks is verplicht”, benadrukt Toos en hoewel dit voor Toos een plek wordt om prettig oud te worden, is het Buurtschap absoluut niet alleen bedoeld voor oude mensen. “Ik zou het heel erg toejuichen dat er ook een jong gezin zou komen te wonen, maar daarvoor zijn de woningen wel wat klein. Een groot misverstand is dat dit een soort commune wordt. Ook in een ‘gewone’ straat ben je de hele dag met mensen. Het selecteert zichzelf wel uit wat voor mensen hier komen wonen. Het zijn natuurlijk wel mensen die een buurman wel even willen helpen.” Over vereisten wil Toos niet praten. “Idealen”, verbetert ze deze uitspraak. “Het zou fijn zijn om dingen met elkaar te delen. Een grasmaaier is een goed voorbeeld, zoiets wat je maar af en toe gebruikt, dat hoef je niet allemaal aan te schaffen. Zo zijn we ook milieubewust. We zullen met elkaar in contact moeten willen en durven gaan. Regels? Er zullen wel afspraken moeten zijn. Er is veel te bespreken, maar dat is leuk. Het zal moeten groeien.”

Het is de bedoeling dat de bouw nog het tweede kwartaal van dit jaar zal starten en de verwachting is dat dit ongeveer een jaar in beslag zal nemen. Bijna alle woningen zijn verkocht of in optie. “Dit is echt van toegevoegde waarde voor het dorp en de omgeving”, vindt Koen. Hoe een droom zomaar waarheid kan worden.

(impressie: Architectenbureau De Unie)