Maria’s Mooie Mensen 38 ”16

Dochterlief wilde graag een step. Te pas en te onpas liet ze het ons weten: ‘maar mama, Olivia wil graag een step’. Geen fiets, geen poppen of wat voor speelgoed dan ook; op de één of andere manier had ze ergens een step gesignaleerd en dat beeld had haar hoofd niet meer verlaten. Gepokt en gemazeld door eerdere ervaringen met een splinternieuwe loopfiets die al bijna een jaar onaangeraakt staat te zijn – ‘maar mama, deze fiets heeft geen trappers’ – , besloten wij eerst maar eens een tweedehands stepje op te snorren. Voor slechts 7,50 euro haalden we er ergens eentje op; de beste vrouw keek verwonderd toen manlief het aardig gebruikte ding bekeek en antwoordde: ‘ik neem hem mee’. De step was onderweg en ik maakte dochterlief alvast blij. ‘Papa neemt een cadeautje mee.’ ‘Echt waar?’ ‘Ja, wat wilde je ook alweer zó graag?’ ‘Ik weet niet’, antwoorde ze en ging verder spelen. Gelukkig was het dus een tweedehandse. Maar de step kwam, mevrouw was meer dan blij en ging meteen los. Het bleek een kunstje wat ze al snel onder de knie had, maar echt vaart maken zat er niet bij. Daarom besloot ik, konden we beter even op het asfalt los gaan, want de grindtegels die onze oprit rijk zijn, rollen ook niet geweldig. Het was toch zondag en er was geen kip op de weg, dus dochterlief en ik oefenden ons suf voor het huis. Al snel trokken we de aandacht van een jochie op zijn skelter. Hij reed net als wij wat doelloos heen en weer en zag in ons mooi vermaak. ‘Zo’, zei hij terwijl hij de verwoede pogingen van mijn dochter die, zoals ik al concludeerde, waarschijnlijk nooit een snelheidsduivel zou worden. In zijn hand een iphone waaruit bonkende muziek klonk. Dochterlief was meteen gefascineerd. ‘Ze vindt me leuk’, concludeerde het kereltje. Verveeld en quasi-nonchalant reed hij wat om ons heen. Dochterlief keek haar ogen uit. ‘Ik zal eens laten zien hoe hard ik kan’, deelde hij mee en ik dacht: ‘doe wat je niet laten kan’ en maande dochterlief aan nog eens te oefenen op haar step. De jongen reed inmiddels vol vertoon en overdaad hard heen en weer op zijn skelter. Met een soort van slip kwam hij telkens tot stilstand bij ons. ‘Wat doet hij gek’, concludeerde mijn meisje; ‘ze vindt me echt leuk’, zei hij tevree en ik bedacht me dat kalverliefde waarschijnlijk zo zou beginnen. Aangezien de pogingen te steppen zeer onvruchtbaar waren, besloot ik mijn meisje weer richting huis te bewegen. De jongen reed gewoon mee onze oprit op. ‘Ze zeggen’, begon hij te vertellen, ‘dat ik heel goed op mijn skelter kan rijden. Ze zeggen dat ze nog nooit iemand hebben gezien die zo hard kan. En ze zeggen ook dat ik heel goed achteruit in kan parkeren.’ Om zijn woorden kracht bij te zetten, draaide hij zijn skelter zo achteruit voor onze voordeur. Vervolgens vertelde hij me achtereenvolgens over al zijn prestaties op zijn skelter, zijn vakantie, zijn school en het weerbericht. Dat laatste was volgens hem niet zo nuttig, je kon zelf ook wel inschatten wat het zou doen die dag. Dat het inmiddels vrij donker werd en er onweer voorspeld was, liep volgens hem zo’n vaart niet. Dochterlief bleef gefascineerd naar hem kijken. ‘Ze kan wel even mee op mijn skelter’, besloot hij en dat werd me te gortig. ‘Oeh, wat wordt het donker’ gooide ik in de strijd. ‘Ik hoorde al een donderklap hoor’, dikte ik nog wat aan. ‘Was dat nou een druppel?’ Hij kreeg het duidelijk wat benauwd. Hij keek nog eens naar dochterlief, toen naar mij en de lucht en koos eieren voor zijn geld. ‘Ze zeggen dat ik wél altijd voor de regen terug moet zijn’, zei hij nog en verdween. Het valt ook niet mee dapper te zijn als je pas vijf bent.